ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ4757
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid herkomst en risico besnijdenis dochter
Eiseres heeft een asielaanvraag ingediend voor zichzelf en haar minderjarige dochter, stellende dat zij afkomstig is uit Zuid-Somalië en dat haar dochter bij terugkeer een reëel risico loopt op vrouwenbesnijdenis. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, onder meer omdat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij daadwerkelijk uit Somalië afkomstig is. Dit oordeel is onderbouwd met een taalanalyse van het Bureau Land en Taal (BLT), waaruit blijkt dat haar taalgebruik overeenkomt met Noord-Somalische dialecten die ook in Djibouti en Ethiopië worden gesproken.
Eiseres heeft tegen dit oordeel bezwaar gemaakt en een contra-expertise overgelegd, maar deze bood onvoldoende concrete aanknopingspunten om het BLT-rapport te betwijfelen. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht de positieve overtuigingskracht van het asielrelaas van eiseres heeft betwijfeld. Omdat de herkomst van eiseres en haar dochter niet aannemelijk is gemaakt, kan niet worden vastgesteld of de dochter een reëel risico loopt op besnijdenis of of zij zich daaraan kan onttrekken.
Verder is het beroep van eiseres op subsidiaire bescherming op basis van de algemene veiligheidssituatie in Somalië niet toereikend, nu de herkomst niet is vastgesteld. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende aannemelijkheid van de herkomst en het risico op besnijdenis van de dochter.