ECLI:NL:RVS:2009:BK8641
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- S.J.E. Horstink von Meyenfeldt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over taalanalyse bij twijfel over herkomst vreemdeling uit Zuid Somalië
De staatssecretaris van Justitie wees de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af vanwege twijfel over diens herkomst uit Zuid Somalië, gebaseerd op een taalanalyse. De vreemdeling stelde met een contra-expertise deze twijfel te weerleggen. De rechtbank oordeelde echter dat de contra-expertise de taalanalyse niet ondermijnt en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State overwoog dat de taalanalyse stelliger is dan de contra-expertise en dat de twijfel over de herkomst van de vreemdeling niet is weggenomen. De Raad benadrukte dat indien een contra-expertise de herkomst niet bevestigt, de twijfel blijft bestaan en dit voor risico van de vreemdeling komt.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De staatssecretaris mocht zich op het standpunt stellen dat de vreemdeling geen positieve overtuigingskracht heeft geleverd over zijn herkomst en daarmee niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van zijn herkomst uit Zuid Somalië.