ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ2982
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. van Kempen
- R.C.H.M. Lips
- J.W. van der Voort
- Rechtspraak.nl
Niet-aftrekbaarheid van NMa-kartelboeten voor vennootschapsbelasting bevestigd
Eiseres, moedermaatschappij van een fiscale eenheid, bracht NMa-kartelboeten ten laste van haar dochters in aftrek bij de vennootschapsbelasting 2005. Verweerder corrigeerde dit, waarna eiseres bezwaar maakte en beroep instelde bij de rechtbank. De kern van het geschil was of deze boeten aftrekbaar zijn volgens de Nederlandse wet en of de aftrekuitsluiting in strijd is met Europees recht en mensenrechtenverdragen.
De rechtbank stelde vast dat de boeten opgelegd zijn wegens overtreding van de Mededingingswet en artikel 81 EG Pro en dat deze boeten een bestraffend karakter hebben. De aftrekuitsluiting is gebaseerd op artikel 3.14 Wet IB 2001, dat kosten verband houdend met bestuurlijke boeten uitsluit van aftrek. De Hoge Raad heeft bevestigd dat dergelijke boeten bestraffend zijn en daarom niet aftrekbaar.
Eiseres voerde aan dat de aftrekuitsluiting strijdig is met het gelijkheidsbeginsel, het EG-mededingingsrecht, het IVBPR en het EVRM. De rechtbank verwierp deze bezwaren, stellende dat de nationale wetgever ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat de boeten niet grensoverschrijdend zijn. Ook het beroep op non-discriminatie en fundamentele rechten faalde. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag bleef ongewijzigd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de NMa-kartelboeten zijn niet aftrekbaar voor de vennootschapsbelasting.