ECLI:NL:RBSGR:2010:BP5534
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. van Paridon
- M. van Loenhoud
- S.M. Krans
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid OM bij vervolging ondanks disciplinaire straf wegens mishandeling in penitentiaire inrichting
De directeur van een penitentiaire inrichting legde aan verdachte een disciplinaire straf van 14 dagen opsluiting op wegens mishandeling van een medegedetineerde. Verdachte werd vervolgens strafrechtelijk vervolgd voor poging tot zware mishandeling en bedreiging van dezelfde medegedetineerde. De verdediging voerde een preliminair verweer tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie wegens strijd met het ne bis in idem-beginsel.
De rechtbank verwees naar een arrest van de Hoge Raad waarin werd verduidelijkt dat bij de beoordeling van 'hetzelfde feit' zowel de juridische aard van de feiten als de gedraging van de verdachte relevant zijn. De rechtbank stelde vast dat de disciplinaire straf normbevestiging betreft van interne huisregels, terwijl strafrechtelijke vervolging betrekking heeft op de algemene maatschappelijke regels en een veel hoger strafmaximum kent.
Hoewel de gedragingen feitelijk overeenkomen, verschillen de juridische aard en de strafmaxima zodanig dat er geen sprake is van hetzelfde feit. Daarom is het ne bis in idem-beginsel niet geschonden en is het openbaar ministerie ontvankelijk in de vervolging. Tevens oordeelde de rechtbank dat het niet toevoegen van de disciplinaire straf aan het dossier geen schending van de procesorde oplevert, aangezien de verdediging het verweer volledig kon voeren.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is ontvankelijk in de vervolging; het ne bis in idem-beginsel is niet geschonden.