ECLI:NL:RBALM:2011:BQ9473
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid en ne bis in idem bij cocaïnebezit en mishandeling
Verdachte werd vervolgd voor mishandeling van een persoon in Enschede en het bezit van circa 14 gram cocaïne in Almelo. Eerder was verdachte door de directeur van het Huis van Bewaring (HvB) disciplinair gestraft voor het bezit van cocaïne in de cel. De verdediging voerde niet-ontvankelijkheid in verband met het ne bis in idem-beginsel aan, verwijzend naar artikel 50 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
De politierechter oordeelt dat de disciplinaire procedure in het HvB weliswaar een strafrechtelijke procedure is in de zin van artikel 6 EVRM Pro, maar dat artikel 50 van Pro het Handvest niet van toepassing is omdat het Handvest slechts geldt voor EU-instellingen en lidstaten bij de uitvoering van EU-recht. De eerdere disciplinaire straf en de strafrechtelijke vervolging betreffen hetzelfde feit, maar dit rechtvaardigt geen niet-ontvankelijkheid.
De politierechter acht de officier van justitie ontvankelijk en verklaart de feiten bewezen. Gelet op het psychologisch rapport en het strafblad legt hij een werkstraf van 56 uur op, met vervangende hechtenis bij niet-naleving. De proeftijd van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf wordt met een jaar verlengd, terwijl de vordering tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke deel wordt afgewezen.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een werkstraf van 56 uur en de proeftijd van een eerdere straf wordt verlengd met een jaar.