ECLI:NL:RBSGR:2010:BO9044
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken redelijke termijn voor uitzetting
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, is sinds 13 maart 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld. Na eerdere ongegrond verklaarde beroepen tegen de bewaring, stelde eiser op 30 november 2010 opnieuw beroep in tegen het voortduren van de maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank beoordeelde of voortzetting van de bewaring in overeenstemming was met de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder had voldaan aan zijn inlichtingenplicht, maar het was niet aannemelijk dat uitzetting binnen een redelijke termijn mogelijk was. Van 130 laissez-passeraanvragen was slechts één gedwongen uitzetting gerealiseerd, een uitzonderlijke situatie.
De rechtbank oordeelde dat vreemdelingenbewaring slechts kan worden opgelegd ter fine van uitzetting en dat het ontbreken van een redelijke termijn voor uitzetting de bewaring onrechtmatig maakt. Daarom werd de bewaring opgeheven met ingang van 24 december 2010. Tevens werd schadevergoeding toegekend voor 24 dagen onrechtmatige bewaring en verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De maatregel van vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens het ontbreken van een redelijke termijn voor uitzetting.