ECLI:NL:RBSGR:2010:BN5834
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewenstverklaring op grond van artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag ondanks medische en familieomstandigheden
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, is op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 ongewenst verklaard vanwege ernstige redenen om aan te nemen dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan misdrijven als bedoeld in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag. Dit besluit is bevestigd na bezwaar en beroep.
De rechtbank overweegt dat de tegenwerping van artikel 1(F) aan eiser in rechte vaststaat, mede gelet op eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Eiser heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die tot een andere beoordeling leiden. Het ambtsbericht van 29 februari 2000 wordt als betrouwbaar en volledig beschouwd.
Hoewel eiser een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Afghanistan vanwege zijn medische toestand, is dit risico volgens het Bureau Medische Advisering niet zodanig dat het onthouden van een verblijfsvergunning disproportioneel is. Tevens weegt het belang van de openbare orde zwaarder dan het familie- en gezinsleven van eiser in Nederland, mede vanwege de ernst van de misdrijven die hem worden verweten.
Derhalve wordt het beroep ongegrond verklaard en blijft de ongewenstverklaring in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en de ongewenstverklaring blijft in stand.