ECLI:NL:RBSGR:2010:BM7026
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onvoldoende motivering bij weigering asiel voor Afghaanse hindoe-vrouwen
Eisers, Afghaanse hindoe-vrouwen, vroegen om een verblijfsvergunning op grond van asiel. Zij stelden dat zij bij terugkeer een verhoogd risico lopen op mensenrechtenschendingen vanwege hun combinatie van geslacht en geloof. De staatssecretaris wees hun aanvraag af, stellende dat het asielrelaas ongeloofwaardig was en dat de situatie in Afghanistan geen recht gaf op vergunning.
De rechtbank constateert dat de situatie voor vrouwen in Afghanistan zeer slecht is en dat geweld tegen vrouwen op grote schaal voorkomt. Ook is discriminatie van hindoes vastgesteld. De rechtbank oordeelt dat de combinatie van factoren (vrouw en hindoe) onvoldoende in samenhang is onderzocht en gemotiveerd door de staatssecretaris. Tevens is onvoldoende gemotiveerd waarom het zijn van vrouw niet als een beperkte individuele indicatie kan gelden.
De rechtbank verklaart het beroep deels gegrond, vernietigt het bestreden besluit voor zover het betreft de beoordeling van de combinatie vrouw en hindoe, en beveelt een nieuw besluit binnen zes weken. Andere beroepsgronden, zoals medische situatie en d-beleid, worden afgewezen. De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt deels vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent de combinatie vrouw en hindoe, met opdracht tot hernieuwde beoordeling.