ECLI:NL:RBSGR:2010:BM2385
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens ontbreken asielaanvraag voor 1 april 2001
Eiser heeft betoogd dat hij vóór 1 april 2001 een asielaanvraag heeft ingediend en daarmee voldoet aan de voorwaarden van de Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet (oud). De Regeling verleent een verblijfsvergunning aan vreemdelingen die vóór die datum een asielaanvraag hebben ingediend of zich hebben gemeld voor het indienen daarvan.
De rechtbank stelt vast dat eiser twee aanvragen heeft gedaan: een verzoek tot verblijf vanwege humanitaire redenen in 1998 en een aanvraag op grond van de witte illegalenregeling in 1999. Beide aanvragen bevatten echter geen asielgerelateerde gronden en kunnen daarom niet worden aangemerkt als asielaanvragen in de zin van de Regeling.
Verweerder heeft het bezwaar van eiser eerst niet-ontvankelijk verklaard, later ongegrond. De rechtbank volgt verweerder en verklaart het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. Eiser komt daarmee niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning onder de Regeling.
De rechtbank wijst ook een proceskostenvergoeding af en bevestigt dat het begrip 'asielaanvraag' in de Regeling niet is gedefinieerd, maar dat de inhoud van de aanvragen doorslaggevend is. De uitspraak sluit aan bij eerdere jurisprudentie van deze rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Eiser komt niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning omdat hij geen asielaanvraag vóór 1 april 2001 heeft ingediend.