ECLI:NL:RBSGR:2009:BK5663
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid vrees voor politieke vervolging in Sri Lanka
Eiser, een Sri Lankaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in op grond van politieke vervolging vanwege zijn activiteiten voor de United National Party (UNP). Hij stelde dat hij en zijn familie werden mishandeld en bedreigd door aanhangers van de Peoples Lions Party (PLP).
De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) volgde de door eiser gestelde feiten omtrent mishandeling en bedreiging, maar achtte de daaruit afgeleide vrees voor vervolging door de PLP niet realistisch en onvoldoende onderbouwd. De rechtbank toetste dit oordeel terughoudend en concludeerde dat de vrees onvoldoende aannemelijk was omdat eiser niet wist wie hem mishandeld had en zijn vermoedens speculatief waren.
De rechtbank bevestigde dat eiser politiek actief was, maar dat zijn rol marginaal was, waardoor het niet aannemelijk was dat hij doelwit zou zijn van vervolging. Ook het vertrek van eiser naar Italië zonder bescherming te zoeken, versterkte de twijfel over de noodzaak van bescherming.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de aanvraag om een verblijfsvergunning af. De uitspraak benadrukt het onderscheid tussen geloofwaardige feiten en de daaraan ontleende vermoedens en bevestigt de terughoudende toetsing door de rechter aan het oordeel van de IND.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag wordt afgewezen.