ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ8526
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.L. Fernig
- Rechtspraak.nl
Ongewenstverklaring van echtgenoot van EU-burger getoetst aan communautair openbare ordecriterium
Eiser, gehuwd met een Duitse staatsburger en houder van een Duitse verblijfsvergunning, werd ongewenst verklaard vanwege een veroordeling voor poging tot doodslag. Verweerder baseerde de ongewenstverklaring op artikel 67, eerste lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000, zonder toetsing aan het communautaire openbare ordecriterium uit Richtlijn 2004/38/EG.
De rechtbank overweegt dat eiser als echtgenoot van een EU-burger recht heeft op vrij verkeer en verblijf volgens de richtlijn, die sinds 29 april 2006 is omgezet in nationale wetgeving (artikelen 8.7 en verder van het Vreemdelingenbesluit 2000). Verweerder had moeten beoordelen of eiser een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt, wat niet is gebeurd.
Voorts oordeelt de rechtbank dat verweerder onterecht geen overleg heeft gevoerd met de Duitse autoriteiten over de intrekking van de Duitse verblijfsvergunning, zoals vereist is volgens artikel 25, tweede lid, van de Uitvoeringsovereenkomst Schengen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens gebrek aan motivering en gebrekkige belangenafweging, en beveelt een nieuw besluit met inachtneming van de richtlijn, EVRM artikel 8 en Pro overleg met Duitsland. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd met de verplichting tot een nieuw besluit met juiste toetsing en motivering.