ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ8225
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van ondernemingsvermogen en stakingswinst bij beëindiging onderneming
Eiser exploiteerde sinds 1964 een onderneming in een pand dat juridisch eigendom was van zijn echtgenote, maar waarvan hij sinds 1966 economisch eigenaar was. De bedrijfsruimte op de begane grond werd gebruikt voor de onderneming, terwijl de bovenwoning door eiser en zijn echtgenote als woning werd benut. De rechtbank acht aannemelijk dat zowel de bedrijfsruimte als de bovenwoning verplicht ondernemingsvermogen vormden, mede omdat eiser de kosten en afschrijvingen ten laste van de winst bracht en de bovenwoning dienstbaar was aan de onderneming.
Bij staking van de onderneming op 31 december 2002 moest eiser afrekenen over de stille reserves in het pand. De waarde in het economische verkeer bedroeg €230.979, terwijl de boekwaarde €17.200 was, wat resulteerde in een boekwinst van €213.779. De rechtbank corrigeerde de aanslag inkomstenbelasting dienovereenkomstig en stelde het belastbare inkomen uit werk en woning vast op €202.468. Tevens werd het belastbare inkomen uit sparen en beleggen vastgesteld op €2.463.
De rechtbank verwierp het bezwaar tegen de opgelegde verzuimboete en veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van de proceskosten van €483 en het betaalde griffierecht. De uitspraak is openbaar en partijen kunnen hiertegen hoger beroep instellen bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting is verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van €202.468 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van €2.463.