ECLI:NL:RBSGR:2008:BD8415
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering aanbod verblijfsvergunning op grond van regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet niet als besluit
Eiser, een Azerbeidzjaanse vreemdeling die sinds 1997 in Nederland verblijft, maakte bezwaar tegen de ambtshalve weigering van de staatssecretaris om hem een aanbod te doen op grond van de regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet. De staatssecretaris verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de weigering geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is.
De rechtbank bevestigt deze beoordeling en stelt dat de weigering geen publiekrechtelijke rechtshandeling inhoudt die een recht, verplichting of status wijzigt. De vreemdeling kan immers alsnog een aanvraag indienen waarop de staatssecretaris moet beslissen. De rechtbank volgt het standpunt dat het niet onevenredig bezwarend is om een aanvraag te moeten indienen.
Daarnaast is van belang dat bij onterecht niet doen van een aanbod vrijstelling van het mvv-vereiste kan worden verleend en betaalde leges worden gerestitueerd, waardoor ongelijke behandeling wordt voorkomen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het beroep af. Partijen wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de ambtshalve weigering een aanbod te doen op grond van de regeling wordt ongegrond verklaard.