ECLI:NL:RBSGR:2008:BC8183
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ambtshalve weigering aanbod op grond van de pardonregeling WBV 2007/11
Verzoeker, een Iraakse vreemdeling, maakte bezwaar tegen de ambtshalve weigering van de staatssecretaris van Justitie om hem een aanbod te doen op grond van de pardonregeling WBV 2007/11. Deze regeling biedt onder voorwaarden een verblijfsvergunning aan vreemdelingen die vóór 1 april 2001 een asielaanvraag indienden en sindsdien ononderbroken in Nederland verbleven. Verzoeker voldeed niet aan de voorwaarde van ononderbroken verblijf, waardoor geen aanbod werd gedaan.
De rechtbank onderzocht of deze ambtshalve weigering kwalificeert als een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro. De rechtbank oordeelde dat dit niet het geval is, omdat de weigering geen rechtshandeling is die rechtsgevolgen creëert of wijzigt. Wel is de weigering aan te merken als een met een beschikking gelijk te stellen handeling volgens artikel 72, derde lid, Vreemdelingenwet 2000, waartegen bezwaar openstaat.
Verzoekers bezwaar tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar werd gegrond verklaard. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg de staatssecretaris op een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar van verzoeker tegen de ambtshalve weigering werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.