ECLI:NL:RBSGR:2008:BD8363
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige arbeid
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel arbeid als zelfstandige. Eerder waren soortgelijke aanvragen afgewezen. De voorzieningenrechter oordeelt dat de huidige aanvraag op eigen merites moet worden beoordeeld, omdat het vermoedelijk om andere bedrijfsactiviteiten gaat dan bij eerdere aanvragen.
Verweerder heeft het besluit genomen op basis van het beleid zoals neergelegd in de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000), dat op dat moment van kracht was. Verzoeker betoogt dat het beleid niet correct is toegepast en dat het nieuwe beleid van de Minister van Economische Zaken sinds 1 mei 2006 had moeten worden gevolgd. De voorzieningenrechter stelt vast dat het nieuwe beleid pas op 4 januari 2008 in werking is getreden, na het bestreden besluit.
Verder is het standpunt van verweerder dat met de bedrijfsactiviteiten geen wezenlijk Nederlands economisch belang wordt gediend, niet in strijd met de standstill-bepaling van het Aanvullend Protocol bij het Associatiebesluit tussen de EEG en Turkije. De voorzieningenrechter concludeert dat het besluit niet kennelijk onrechtmatig is en dat er geen aanleiding is tot het treffen van een voorlopige voorziening.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het bestreden besluit niet kennelijk onrechtmatig is.