ECLI:NL:RBSGR:2007:BD1164
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting maatregel van bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 19 december 2007 uitspraak gedaan in een zaak waarin werd beoordeeld of de voortzetting van een vrijheidsontnemende maatregel van bewaring jegens een Chinese vreemdeling rechtmatig was. De vreemdeling was in bewaring gesteld wegens onzekerheid over zijn identiteit en nationaliteit, en er was discussie over het zicht op uitzetting naar China.
De vreemdeling voerde aan dat de bewaring onrechtmatig was omdat er onvoldoende voortvarendheid was bij de uitzettingsprocedure en dat het Chinese persoonsregistratiesysteem onvoldoende betrouwbaar was om binnen redelijke termijn een laissez-passer te verkrijgen. Verweerder stelde dat er wel degelijk zicht op uitzetting was, mede omdat de vreemdeling meewerkt en er meerdere vertrekgesprekken zijn gevoerd.
De rechtbank oordeelde dat ondanks het ontbreken van volledig zicht op uitzetting, het belang van de overheid om de vreemdeling in bewaring te houden zwaarder weegt dan het belang van de vreemdeling om in vrijheid te worden gesteld. Dit mede vanwege de aanvankelijke weigering van de vreemdeling om mee te werken aan het onderzoek naar zijn identiteit. De rechtbank vond dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld en wees het beroep af. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de voortzetting van de maatregel van bewaring rechtmatig is en wijst het beroep af.