ECLI:NL:RBSGR:2007:BA7988
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. van ’t Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking verblijfsvergunning Turkse werknemer op grond van Besluit 1/80
Eiser, een Turkse werknemer die sinds 2000 in Nederland verblijft, had een verblijfsvergunning voor verblijf bij partner met de mogelijkheid tot arbeid. Na het verbreken van de relatie per 1 december 2003 werd deze vergunning met terugwerkende kracht ingetrokken. Eiser had een dienstverband sinds februari 2003 en stelde dat hij op grond van artikel 6 van Pro het Besluit 1/80 recht had op verlenging van zijn verblijfsrecht vanwege het verrichten van legale arbeid gedurende een jaar.
Verweerder wees de aanvraag af, stellende dat eiser niet onafgebroken een jaar legale arbeid had verricht terwijl hij over een geldige verblijfsvergunning beschikte, omdat de vergunning per 1 december 2003 was ingetrokken. De rechtbank oordeelt dat het niet langer beschikken over een verblijfsvergunning niet doorslaggevend is; bepalend is of gedurende een jaar legale arbeid is verricht in de zin van het HvJ EG, wat een stabiele en niet-omstreden verblijfsrechtelijke situatie veronderstelt.
De rechtbank constateert dat eiser niet voldeed aan het vereiste van legale arbeid omdat zijn verblijfsrecht gedurende het jaar omstreden was. Wel oordeelt de rechtbank dat verweerder ten onrechte het bezwaar als kennelijk ongegrond heeft aangemerkt en zonder hoorzitting heeft afgehandeld, waardoor de hoorplicht is geschonden. Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand om proces-economische redenen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.