ECLI:NL:RBSGR:2007:BA4342
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zicht op uitzetting en voortzetting vreemdelingenbewaring Chinese nationaliteit
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring tegen een Chinese nationaliteit houdende eiseres. De rechtbank beoordeelt of er zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, een vereiste voor de rechtmatigheid van de bewaring.
De rechtbank constateert dat sinds april 2006 aan Chinese vreemdelingen zonder reis- of identiteitsdocument geen laissez-passers meer worden verstrekt. Alleen Chinese vreemdelingen met een identiteitsdocument of een eerder verstrekte laissez-passer ontvangen deze documenten, waardoor voor hen wel zicht op uitzetting bestaat. De rechtbank stelt dat het aan verweerder is om aannemelijk te maken dat er toch zicht op uitzetting is voor vreemdelingen zonder documenten.
Eiseres heeft gesteld geen documenten te bezitten, maar heeft niet onderbouwd dat zij voldoende pogingen heeft gedaan om deze te verkrijgen. Hierdoor kan niet worden aangenomen dat er geen zicht op uitzetting bestaat. Verweerder voert aan voldoende voortvarend te werk te zijn om uitzetting te realiseren. De rechtbank concludeert dat voortzetting van de bewaring niet in strijd is met de Vreemdelingenwet 2000 en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.