ECLI:NL:RBSGR:2006:BA4542
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Geen recht op hogere proceskostenvergoeding bij bezwaar tegen WOZ-waarde
Eiser maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en verzocht om een hogere proceskostenvergoeding voor de kosten van de bezwaarprocedure. Verweerder had de waarde verminderd en een proceskostenvergoeding toegekend met een wegingsfactor van 0,5, wat eiser betwistte.
De rechtbank oordeelde dat niet het bedrag van de waardevermindering als belang geldt voor de proceskostenvergoeding, maar dat de gehanteerde wegingsfactor van 0,5 passend is gezien het lichte gewicht van de zaak. Tevens wees de rechtbank het beroep van eiser op artikel 14, zesde lid, van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten af, omdat het hier niet gaat om een onherroepelijk vonnis maar om een bestuursbesluit waartegen beroep openstaat.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht. De uitspraak werd op 9 maart 2006 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiser op een hogere proceskostenvergoeding wordt ongegrond verklaard en de toegepaste wegingsfactor van 0,5 bevestigd.