ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ4585
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.G.J. de Heij
- D. Aarts
- M.E. Honée
- Rechtspraak.nl
Uitleg overeenkomst royaltybetaling winningvergunning blok Q1 deep
In deze zaak draait het om de uitleg van een overeenkomst uit 2000 tussen Unocal en Clyde (later Wintershall) over de overdracht van rechten op een winningvergunning voor koolwaterstoffen in het deep gedeelte van blok Q1 op het continentaal plat. Het geschil betreft de vraag of de royalty van 4% moet worden berekend over de totale opbrengst van koolwaterstoffen uit de deep of slechts over het aandeel van Wintershall in die productie.
Unocal stelde dat de royalty over de totale productie moest worden berekend, terwijl Wintershall betoogde dat de royalty slechts over haar aandeel van 48% in de winning verschuldigd was. De rechtbank paste de Haviltex-norm toe en concludeerde dat er geen wilsovereenstemming bestond over het royaltypercentage bij het aangaan van de overeenkomst. De onderhandelingen boden geen aanknopingspunten voor de uitleg.
Daarom viel de rechtbank terug op de taalkundige uitleg van de overeenkomst en de context. De tekst en constructie van de overeenkomst wezen erop dat de royalty betrekking had op het aandeel van Wintershall als medehoudster van de winningsvergunning, niet op de totale productie. De vorderingen van Unocal werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Unocal af en bepaalt dat de royalty moet worden berekend over het aandeel van Wintershall in de productie.