ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ7961
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M.T. van der Hoeven-Oud
- L. Reurich
- E.D. Wiersma
- Rechtspraak.nl
Uitleg royaltyberekening bij overdracht winningsvergunning delfstoffen continentaal plat
In deze civiele zaak staat de uitleg van een Farm-in Agreement centraal tussen Unocal en Wintershall over de berekening van een royalty van 4% op de winning van koolwaterstoffen uit het diepe gedeelte van blok Q1 van het continentaal plat. Unocal droeg haar aandeel in de winningsrechten over aan Wintershall, die het operatorschap op zich nam. De kern van het geschil betreft de vraag of de royalty moet worden berekend over de totale productie van koolwaterstoffen of slechts over het aandeel dat Wintershall van Unocal heeft verkregen.
De rechtbank had de uitleg van Wintershall gevolgd en de vorderingen van Unocal afgewezen. In hoger beroep stelt Unocal dat het begrip 'produced' in artikel 3 van Pro de overeenkomst taalkundig moet worden uitgelegd als feitelijke winning van koolwaterstoffen, waardoor de royalty over de gehele productie moet worden berekend. Wintershall verdedigt een beperkte uitleg, waarbij alleen het aan haar overgedragen aandeel in de productie royaltyplichtig is.
Het hof past het Haviltex-criterium toe en concludeert dat het begrip 'produced' taalkundig de betekenis van feitelijk winnen heeft, mede omdat in andere artikelen van de overeenkomst dezelfde betekenis wordt gehanteerd. De verschillende interpretaties van partijen bij het sluiten van de overeenkomst wijzen niet op een gemeenschappelijke partijbedoeling. Het hof acht het aannemelijk dat Unocal de royalty over de totale winning toekomt, maar laat Wintershall toe bewijs te leveren dat deze berekeningswijze in strijd is met de gebruikelijke praktijk bij de olie- en gaswinning op het continentale plat. De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan voor bewijslevering over de gebruikelijke praktijk en wijst verdere beslissing aan.