ECLI:NL:RBSGR:2005:AU3144
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.B. van Gijn
- J.C. Boeree
- B.A. Jong
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken concreet en actueel belang bij doorprocederen verblijfsvergunning
Eisers, Iraakse nationaliteit, vroegen een verblijfsvergunning aan op de d-grond van artikel 29, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000. De minister wees hun aanvragen aanvankelijk af, waarna bezwaar en beroep werden ingesteld. Uiteindelijk werd een verblijfsvergunning verleend op de d-grond met ingang van 25 november 2002.
Eisers stelden dat zij aanspraak konden maken op een verblijfsvergunning op een andere grond met een eerdere ingangsdatum, waardoor zij eerder in aanmerking zouden komen voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd en naturalisatie. De rechtbank overwoog dat het wettelijk stelsel en jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) doorprocederen op andere gronden dan de verleende d-grond zoveel mogelijk moeten voorkomen.
De rechtbank concludeerde dat het belang van eisers onvoldoende concreet en actueel is, omdat hun eventuele aanspraken op andere gronden nog niet zijn beoordeeld en dat zij thans geen recht ontberen door het bestreden besluit zelf. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werden geen proceskosten aan een partij toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van een concreet en actueel belang bij doorprocederen.