ECLI:NL:RBSGR:2005:AS6592
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking verblijfsvergunning alleenstaande minderjarige Chinese asielzoeker
Eiseres, een Chinese alleenstaande minderjarige vreemdeling, heeft op 9 april 2000 asiel aangevraagd in Nederland. Verweerder heeft haar verblijfsvergunning voor bepaalde tijd ingetrokken op grond van het beleid dat geldt voor asielaanvragen vóór 4 januari 2001, waarin adequate opvang in het land van herkomst een intrekkingsgrond vormt. Een ambtsbericht van 9 april 2001 concludeert dat in China adequate opvang voor minderjarigen aanwezig is.
Eiseres betoogt dat het beleid onzorgvuldig is toegepast en dat haar individuele omstandigheden, waaronder ontvoering en het risico op verkrachting, onvoldoende zijn meegewogen. Tevens stelt zij dat zij onterecht niet is gehoord tijdens de bezwaarfase en dat het beleid een ongerechtvaardigd onderscheid maakt tussen minderjarigen en meerderjarigen. De rechtbank oordeelt dat het beleid correct is toegepast, dat het begrip adequate opvang ook opvang in weeshuizen omvat, en dat het vertrouwensbeginsel niet is geschonden.
Verder wordt geoordeeld dat artikel 3 van Pro het IVRK niet rechtstreeks toepasbaar is en dat het onderscheid tussen minderjarigen en meerderjarigen gerechtvaardigd is. De rechtbank stelt dat eiseres niet heeft aangetoond dat er in haar geval geen adequate opvang aanwezig is. Ook is het bezwaar kennelijk ongegrond, waardoor het horen van eiseres niet verplicht was. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en de intrekking blijft in stand.