ECLI:NL:RBSGR:2004:AS3238
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing aanvraag verblijfsvergunning op grond van eenmalige regeling asielzoekers
Eisers, Iraakse asielzoekers, deden op 23 januari 2004 een aanvraag voor een verblijfsvergunning op grond van de eenmalige regeling voor asielzoekers. Verweerder wees deze aanvraag af met de stelling dat de regeling ambtshalve werd toegepast en dat geen aanvraag noch besluit in de zin van de Awb was gedaan. Eisers voerden aan dat hun brief wel degelijk als aanvraag moest worden aangemerkt en dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd.
De rechtbank oordeelde dat de brief van eisers als aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, Awb moest worden gezien en dat de brief van verweerder van 5 februari 2004 een besluit was in de zin van artikel 1:3, tweede lid, Awb. De rechtbank stelde vast dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was, dat verweerder het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard en dat de hoorplicht was geschonden.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen tien weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat der Nederlanden aangewezen als rechtspersoon voor de griffierechtvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder moet binnen tien weken een nieuw besluit nemen.