ECLI:NL:RBSGR:2004:AR6486
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vaststelling discriminatie bij afgifte reisdocumenten voor asielzoekers uit Azerbeidzjan
Verzoekers, van gemengde Azerbeidzjaanse-Armeense afkomst, dienden herhaalde asielaanvragen in na eerdere afwijzingen en bevestiging daarvan door hogere instanties. Zij stelden dat nieuwe feiten en omstandigheden, waaronder documenten over discriminatie bij de afgifte van laissez passers door Azerbeidzjaanse autoriteiten, een herbeoordeling rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de nieuwe stukken, waaronder een brief aan de ambassade en een verslag van een gesprek met ambassadepersoneel, wijzen op feitelijke discriminatie op etnische gronden bij de afgifte van reisdocumenten. Dit vormt nieuwe feiten die niet konden worden ingebracht in eerdere procedures.
De rechtbank concludeerde dat de eerdere afwijzingen niet zonder schending van zorgvuldigheid konden worden gehandhaafd en dat nader onderzoek niet tot een ander oordeel zou leiden. Daarom werd besloten om direct op de beroepen te beslissen, de eerdere besluiten te vernietigen en de proceskosten aan verweerder op te leggen. Verzoeken om voorlopige voorzieningen werden afgewezen omdat het belang daarvan was komen te vervallen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzende besluiten en oordeelt dat nieuwe feiten omtrent etnische discriminatie bij reisdocumentafgifte een herbeoordeling rechtvaardigen.