ECLI:NL:RBSGR:2004:AO8663
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Verbod uitvoering straf na vertrouwensbeginsel op brief officier van justitie
In deze zaak vordert eiser dat de Staat wordt verboden het arrest van het gerechtshof uit 1985 ten uitvoer te leggen, omdat hij op grond van het vertrouwensbeginsel mocht vertrouwen dat hij zijn straf niet meer hoefde te ondergaan. Eiser baseert dit op een brief van 16 maart 1992 van officier van justitie mr. Vos, waarin een toezegging zou zijn gedaan dat de straf niet geëxecuteerd zou worden.
De Staat voerde verweer en stelde onder meer dat de executie van de straf niet was verjaard en dat het gratieverzoek niet rechtsgeldig schorsende werking had. Diverse onderzoeken, waaronder een handschriftenonderzoek door het NFI en een strafrechtelijk onderzoek door de Rijksrecherche, werden ingesteld om de authenticiteit van de brief en de gang van zaken te onderzoeken.
Uit het onderzoek blijkt met grote waarschijnlijkheid dat mr. Vos de brief en envelop heeft geschreven, hoewel hij zelf geen herinnering heeft aan de zaak of het incident op Schiphol waarbij eiser werd aangehouden en vrijgelaten. De Rijksrecherche constateerde diverse onduidelijkheden, maar bevestigde dat het incident heeft plaatsgevonden en dat mr. Vos daarin een rol speelde.
De rechtbank oordeelt dat eiser op de brief mocht vertrouwen, omdat hij niet hoefde te beseffen dat de brief van een niet-bevoegd orgaan kwam of in strijd was met de wet. Het algemeen vertrouwen in toezeggingen van een bevoegd geacht overheidsorgaan weegt zwaarder dan het algemeen belang na bijna 15 jaar inactiviteit van de Staat. De primaire vordering van eiser wordt daarom toegewezen en de Staat wordt verboden de straf ten uitvoer te leggen.
Uitkomst: De Staat wordt verboden het arrest van het gerechtshof uit 1985 ten uitvoer te leggen vanwege het vertrouwensbeginsel.