ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2401
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vluchtelingenstatus wegens betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen in Afghaans para-commando regiment
Eiser, een Afghaanse oud-commandant van een peloton binnen regiment 466 van de para-commando-eenheid, vroeg asiel aan in Nederland. Verweerder wees de aanvraag af op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag vanwege ernstige redenen om aan te nemen dat eiser betrokken was bij misdrijven tegen de menselijkheid.
De rechtbank onderzocht of eiser wist van de mensenrechtenschendingen binnen zijn regiment en of hij persoonlijk betrokken was. Uit ambtsberichten en zijn eigen verklaringen bleek dat hij op de hoogte was en de misdrijven heeft gefaciliteerd door zijn functies en deelname aan militaire acties. Eiser ontkende betrokkenheid bij misdaden, maar slaagde er niet in dit aannemelijk te maken.
De rechtbank oordeelde dat het ambtsbericht niet alleen Oezbeekse commando's betrof, maar alle commandotroepen waaronder die van eiser. De motiveringsklacht faalde omdat het advies van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken weliswaar niet aan eiser was verstrekt, maar hij daardoor niet in zijn belangen was geschaad.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de vluchtelingenstatus en de weigering van een verblijfsvergunning. De vraag naar mogelijke schending van artikel 3 EVRM Pro bij gedwongen verwijdering bleef in deze procedure onbesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag om vluchtelingenstatus en verblijfsvergunning wordt afgewezen wegens betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen.