ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2272
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- De Boer
- Van Wesenbeeck
- Nijman
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen handel in heroïne met uitstel van inbeslagname
De rechtbank 's-Gravenhage heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het verbod op handel in verdovende middelen, specifiek heroïne. Verdachte speelde een belangrijke rol door ongeveer 20 kilo heroïne tijdelijk in het huis van zijn ouders te bewaren. Ondanks het feit dat verdachte nog geen betaling had ontvangen, was het geldelijk gewin de motiverende factor.
De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie wegens het late aanleveren van een aanvullend proces-verbaal en onrechtmatigheid van het opsporingsonderzoek, met name het gebruik van dwangmiddelen tegen medeverdachte zonder voldoende verdenking. De rechtbank verwierp deze verweren, oordeelde dat het onderzoek rechtmatig was en dat de opsporingsmethoden niet onrechtmatig waren toegepast.
Daarnaast was er discussie over het uitstellen van de inbeslagname van verdovende middelen in samenwerking met Engelse autoriteiten. De rechtbank stelde vast dat de uitstel van inbeslagname niet onrechtmatig was, omdat dit in het belang van het onderzoek gebeurde en de afspraken met de Engelse autoriteiten werden nageleefd.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 30 maanden op, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, rekening houdend met de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De tijd in voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht. Andere tenlasteleggingen werden niet bewezen verklaard en verdachte werd daarvan vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, voor medeplegen van handel in heroïne.