ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9545
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.H. van Essen
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- H.J.H. van Meegen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek machtiging tot voorlopig verblijf wegens verbroken gezinsband en geen onevenredige hardheid
Eiser, geboren in 1975 in Marokko, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) bij zijn vader in Nederland. Zijn ouders waren gescheiden, vader was hertrouwd en later opnieuw getrouwd met de moeder van eiser. Verweerder stelde dat de feitelijke gezinsband tussen eiser en zijn vader was verbroken, wat door de rechtbank werd bevestigd omdat eiser sinds 1995 zelfstandig in Marokko woont en niet meer tot het gezin behoort.
De rechtbank oordeelde dat de beschikking van 7 september 1994, waarin de gezinsband als verbroken werd beschouwd, onherroepelijk is geworden doordat geen rechtsmiddelen zijn aangewend. Tevens werd vastgesteld dat het achterlaten van eiser in Marokko geen onevenredige hardheid oplevert, mede omdat hij kan terugvallen op meerderjarige zusters in Marokko.
Verweerder had het bezwaar van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een mvv terecht ongegrond verklaard. De rechtbank vond het beleid omtrent gezinshereniging en de voorwaarden voor het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf niet onredelijk. Ook werd geen schending van artikel 8 EVRM Pro vastgesteld, omdat het gezinsleven niet werd ontzegd en de belangenafweging in het voordeel van de staat uitviel.
Ten slotte oordeelde de rechtbank dat verweerder terecht van de hoorplicht kon afzien en dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf wordt afgewezen.