ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0894
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens overschrijding 48 procesuren
Verzoeker, van Libanese nationaliteit, diende een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel in die op 11 januari 2002 werd afgewezen binnen de zogenoemde AC-procedure. Verzoeker stelde beroep in tegen deze afwijzing en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om zijn uitzetting te voorkomen.
De kern van het geschil betrof de overschrijding van de wettelijke termijn van 48 procesuren waarbinnen de aanvraag afgehandeld moet worden. De rechtbank stelde vast dat verweerder de beschikking pas op 11 januari 2002 uitreikte, terwijl de 48 procesuren op 10 januari om 17.10 uur waren verstreken. Verweerder had betoogd dat de overschrijding veroorzaakt werd door de voorbereiding van het nader gehoor door verzoeker en zijn rechtshulpverlener, en dat deze uren niet voor onderzoek konden worden benut.
De rechtbank oordeelde dat een deel van deze uren terecht niet als procesuren kon worden meegeteld, maar dat zelfs zonder deze uren de termijn was overschreden. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij gegronde vrees voor vervolging had en derhalve niet in aanmerking kwam voor een verblijfsvergunning.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter W.J.A.M. van Brussel op 25 januari 2002.
Uitkomst: Beroep gegrond wegens overschrijding 48 procesuren, besluit vernietigd maar rechtsgevolgen in stand gelaten.