ECLI:NL:RBSGR:2002:AD9731
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid bestuursrechter bij overplaatsing asielzoekers naar ander opvangcentrum
Verzoekers, asielzoekers met Armeense nationaliteit, werden overgeplaatst van het ene asielzoekerscentrum (AZC) naar een ander binnen dezelfde regio. Zij verzochten om een voorlopige voorziening om terugplaatsing naar het oorspronkelijke centrum te verkrijgen. De rechtbank oordeelde dat de bevoegdheid tot plaatsing en overplaatsing van asielzoekers bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) ligt en dat een overplaatsing op grond van artikel 7 Regeling Pro verstrekkingen asielzoekers (Rva) niet leidt tot beëindiging van verstrekkingen zoals onderdak en financiële toelage.
De voorzieningenrechter benadrukte dat artikel 3a van de Wet COA uitsluitend ziet op besluiten omtrent het geheel of gedeeltelijk onthouden of beëindigen van verstrekkingen, wat hier niet aan de orde was. Hierdoor is de vreemdelingenkamer van de rechtbank ’s-Gravenhage niet bevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen de overplaatsingsbeslissing. De algemene bestuursrechter is wel bevoegd, maar aangezien verzoekers in het nieuwe AZC verblijven, is de rechtbank Amsterdam bevoegd volgens artikel 8:7 Awb Pro.
De voorzieningenrechter verklaarde zich daarom onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen en verwees het verzoek door naar de bevoegde voorzieningenrechter in Amsterdam. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank 's-Gravenhage verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek tot voorlopige voorziening tegen overplaatsing en verwijst door naar rechtbank Amsterdam.