ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7113
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. Wolfsen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid en voortvarendheid bij plaatsingsbeschikking en asielaanvraag in grenslogies
Eiser, een vreemdeling van Sri Lankaanse nationaliteit, werd op 3 juli 2001 de toegang tot Nederland geweigerd en onderging een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij diende op 16 augustus 2001 een tweede aanvraag in voor een verblijfsvergunning, waarop de beslissing pas op 29 september 2001 werd uitgereikt, na de wettelijke termijn van zes weken genoemd in artikel 59, vierde lid, Vw 2000.
Eiser stelde dat de termijnoverschrijding duidt op onvoldoende voortvarendheid en betwistte de bevoegdheid van de ondertekenaar van de plaatsingsbeschikking, omdat deze niet door de directeur maar de plaatsvervangend directeur was ondertekend. De rechtbank stelde vast dat de termijn van zes weken niet van toepassing is op maatregelen op grond van artikel 6 Vw Pro 2000, maar dat voortvarendheid wel vereist is. Uit de stukken bleek dat de aanvraag voldoende voortvarend was behandeld.
Voorts oordeelde de rechtbank dat de plaatsvervangend directeur, die de werkzaamheden van de directeur waarneemt, ook diens bevoegdheden kan uitoefenen, zodat de ondertekening van de plaatsingsbeschikking door hem niet tot onbevoegdheid leidt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.