ECLI:NL:PHR:2010:BM1674
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verrekening en verevening van pensioenrechten en onverteerde inkomsten bij echtscheiding
De zaak betreft een echtscheiding waarbij de man en vrouw huwelijkse voorwaarden hadden met een periodiek verrekenbeding en een regeling omtrent pensioenrechten. De man bracht zijn aandeel in familiebedrijven in en er ontstond discussie over de verrekening van onverteerde inkomsten uit arbeid en de verevening van pensioenrechten.
De rechtbank stelde dat winsten uit ondernemingen niet onder het verrekenbeding vielen, maar het hof oordeelde anders en nam ook niet-uitgekeerde winsten mee. Het hof bepaalde dat de vrouw recht had op verrekening van de helft van de oudedagsvoorzieningen, waarbij het kapitaal bij een externe verzekeraar moest worden ondergebracht. De partneralimentatie werd vastgesteld tussen €5.675 en €11.954 per maand.
De Hoge Raad bevestigde dat de uitleg van het verrekenbeding volgens het Haviltexcriterium moet plaatsvinden, waarbij ook de uitvoering tijdens het huwelijk van belang is. De winst uit ondernemingen valt onder "netto-inkomsten uit arbeid" tenzij uitdrukkelijk uitgesloten. De verevening van pensioenrechten werd onderscheiden van verrekening van lijfrenteaanspraken, waarbij het hof een redelijke en billijke regeling toepaste. Klachten over de partneralimentatie werden verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt dat winsten uit ondernemingen onder het verrekenbeding vallen en dat oudedagsvoorzieningen redelijke en billijke verevend moeten worden, wijst cassatieberoepen af.