Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 januari 2026 in de zaak tussen
[eiser], uit Rotterdam, eiser
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de minister
Samenvatting
.Eiser heeft dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Op grond van artikel 2 van Pro het Tijdelijk besluit “wordt als gebaar van erkenning een eenmalig bedrag toegekend aan ouderen van Surinaamse herkomst, dat ziet op de unieke samenloop van omstandigheden van deze groep, gevormd door de verwachtingen die zijn ontstaan rondom het onafhankelijkheidsproces van Suriname, in verband met de komst van deze groep naar Nederland met het oog op de inwerkingtreding van de Toescheidings-overeenkomst, het onrecht dat deze groep ervaart, omdat zij veronderstelden door de komst naar Nederland ook recht op een volledige ouderdomsuitkering op grond van de AOW te krijgen, terwijl soms over een lange periode geen recht op grond van de AOW is opgebouwd, en de politiek bestuurlijke wens om de pijn van deze groep vanwege deze samenloop van omstandigheden te erkennen.”.
Als aan de voorwaarden van artikel 3 wordt Pro voldaan, heeft de belanghebbende op grond van artikel 4 van Pro het Tijdelijk besluit recht op een eenmalig bedrag van € 5.000,-.
Conclusie en gevolgen
.