ECLI:NL:RBROT:2026:8236
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing te late aanvraag compensatie Wet hersteloperatie toeslagen
Eiseres diende op 27 september 2024 een aanvraag in voor compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht), welke door de Dienst Toeslagen werd afgewezen wegens te late indiening. Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank behandelde het beroep op 19 juni 2026 en oordeelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij de aanvraag niet tijdig kon indienen of dat er bijzondere omstandigheden waren die een verschoonbare termijnoverschrijding rechtvaardigden.
De rechtbank benadrukte dat de aanvraagtermijn tot 1 januari 2024 dwingend was vastgesteld en dat de wetgever een terughoudende toepassing van de hardheidsclausule beoogde. Hoewel het kabinet erkende dat schrijnende situaties een uitzondering kunnen vormen, vond de rechtbank dat de omstandigheden van eiseres, zoals haar persoonlijke moeilijkheden en negatieve verwachtingen, onvoldoende waren om de termijnoverschrijding te rechtvaardigen.
De rechtbank nam mee dat de toeslagenaffaire breed in de media was besproken en dat de mogelijkheid tot aanmelding ruim onder de aandacht was gebracht. Eiseres had geen bewijs geleverd van eerdere pogingen tot aanmelding of psychische ongeschiktheid die haar belemmerde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiseres geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar te late compensatieaanvraag wordt ongegrond verklaard.