Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juli 2026 in de zaken tussen
[eiseres], uit [plaats], eiseres
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, verweerder
Samenvatting
Procesverloop
Totstandkoming van het besluit
Datum en tijdstip van de bevinding: 15 februari 2024 omstreeks 12.55 uur.[…]
Datum en tijdstip van de bevinding: 1 mei 2024 omstreeks 13:00 uur.[…]
Beoordeling door de rechtbank
bestemdzijn voor humane consumptie. Eiseres heeft gewezen op HACCP-controles die worden verricht. Als bij zo’n controle een bezoedeling wordt ontdekt, worden de vetten zo nodig afgewaardeerd. Op dat moment bestemt de exploitant de vetten niet langer voor humane consumptie en worden de vetten aangemerkt als dierlijke bijproducten. Dit punt was ten tijde van de constateringen door de toezichthouders (nog) niet bereikt. Op dat moment waren de vetten nog bestemd voor humane consumptie en dus aan te merken als levensmiddel, waarop niet Verordening 142/2011 maar Verordening 852/2004 van toepassing is.
ookniet heeft voldaan aan punt 3 van hoofdstuk IX van Bijlage II, van Verordening 852/2004. Dit voorschrift is naar het oordeel van de rechtbank in deze zaken wel van toepassing. Op grond van dit voorschrift moeten namelijk levensmiddelen worden beschermd tegen elke vorm van verontreiniging waardoor de levensmiddelen ongeschikt kunnen worden voor menselijke consumptie. Door de aanwezigheid van fecale bezoedeling op de levensmiddelen varkensscheilvet en netvet is daar niet aan voldaan. Verweerder heeft de boetes evenwel niet opgelegd voor overtreding van dit voorschrift. Overigens kan de rechtbank – los van het voorgaande – verweerder evenmin volgen in zijn betoog dat zowel een overtreding van Verordening 142/2011 als van Verordening 852/2004 aan de boete ten grondslag had kunnen worden gelegd, omdat eerstgenoemde verordening ziet op dierlijke bijproducten en laatstgenoemde verordening ziet op levensmiddelen. Een product kan niet op hetzelfde moment zowel een dierlijk bijproduct als een levensmiddel zijn. Een product is immers wel of niet bestemd voor humane consumptie.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten van 5 november 2024 en 28 november 2024;
- herroept de primaire besluiten;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde besluiten;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van in totaal € 742,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 4.532,- aan proceskosten van eiseres.