4.1.Verzoeker heeft aangevoerd dat hij feitelijk dakloos is, samen met zijn partner en hun kind van negen maanden oud. Na de melding op 26 maart 2026 hebben verzoeker en zijn gezin elf dagen opvang gekregen via het Rode Kruis, in een hotel. Voordat deze elf dagen waren verstreken heeft verzoeker via een kennis een tuinhuisje kunnen regelen, waarin hij tijdelijk met zijn gezin kan verblijven. Een tuinhuisje is echter geen passende oplossing voor de langere termijn. Het is niet toegestaan een dergelijke woning voor langere tijd te huren. Dit is bovendien voor verzoeker ook financieel niet haalbaar. Daarbij kan verzoeker zich op dit adres niet inschrijven in de basisregistratie personen. Verder is onzeker hoe lang het gezin in het tuinhuisje mag blijven wonen. Verzoeker kan niet terug naar de woning van zijn moeder omdat het contact met haar op dit moment niet goed is.
De voorzieningenrechter neemt op grond hiervan het spoedeisend belang wel aan.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af
5. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
6. Een inwoner van Nederland komt – kort gezegd – in aanmerking voor opvang op grond van de Wmo 2015 als hij of zij de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn of haar veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, en niet in staat is zich op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of met hulp van andere personen uit zijn of haar sociale netwerk te handhaven in de samenleving.
7. Verzoeker kan pas aanspraak maken op maatschappelijke opvang als hij geen onderdak heeft door de problemen die hij ondervindt bij het zich handhaven in de samenleving. In zo’n geval is iemand niet zelfredzaam.Als een zelfredzaam iemand een woning krijgt, dan zijn de problemen van die persoon daarmee ook opgelost. Bij iemand die niet zelfredzaam is, is dat niet het geval. De persoon die niet zelfredzaam is, zal ondanks het krijgen van een woning nog steeds geholpen moeten worden om zijn dagelijks leven te organiseren.
8. Uit het dossier, en wat op de zitting nog is aangevoerd, komt naar voren dat verzoeker zelfredzaam is. Verzoeker heeft zich op 26 maart 2026 gemeld met een hulpvraag gericht op huisvesting. Het college heeft nader onderzoek gedaan naar de hulpvraag van verzoeker. Daarbij heeft ook een (intake)gesprek met verzoeker en zijn partner plaatsgevonden. De voorzieningenrechter heeft geen aanwijzingen dat het onderzoek niet zorgvuldig of volledig genoeg is geweest.
9. Uit het gesprek met verzoeker is gebleken dat hij met name hulp vraagt bij het vinden en verkrijgen van huisvesting. Niet is gebleken dat sprake is van bijkomende hulpvragen op andere leefgebieden. De betrokken Wmo-adviseur heeft geen signalen geconstateerd van problemen op financieel gebied (problematische schulden), van verslavingsproblematiek of van problemen bij het psychosociaal functioneren, het werk of de dagbesteding. Verzoeker woont al 20 jaar in [woonplaats] en heeft nog nooit een beroep op (de) hulpverlening hoeven doen. Hij is werkzaam als analist in een laboratorium in [plaats] . Daarmee verdient hij naar eigen zeggen ongeveer € 2.600,- bruto per maand. Daarnaast heeft verzoeker zelf kinderbijslag en een kindgebonden budget aangevraagd en gekregen. Verder is het hem op eigen kracht gelukt om tijdelijke huisvesting (eerder bij een kennis en nu in het tuinhuisje) te regelen. Dat dit geen duurzame oplossing is en dat vooralsnog onzeker is hoe lang verzoeker en zijn gezin in het tuinhuisje kunnen blijven wonen, maakt niet dat verzoeker niet zelfredzaam is.
10. Verder zijn er geen zorgen over het welzijn of de ontwikkeling van het kind, noch over de opvoedsituatie. Er is geen sprake van een onveilige of instabiele opvoedomgeving. Verzoeker en zijn partner hebben geen opvoedkundige vragen.
11. Uit het voorgaande volgt dat verzoeker zelfredzaam is en feitelijk alleen een huisvestingsprobleem heeft. Dat het hem tot op heden niet is gelukt om een woning te krijgen is vooral het gevolg van de krapte op de woningmarkt, meer specifiek in de regio [regio 4] , maar niet van problemen bij het zich handhaven in de samenleving. De Wmo 2015 is niet bedoeld om hiervoor een oplossing te bieden.
Bijzondere omstandigheden en de belangen van het kind
12. Ondanks dat verzoeker niet tot de doelgroep van de maatschappelijke opvang behoort kunnen er toch redenen zijn om het college op te dragen hem met zijn gezin tot die opvang toe te laten in verband met de zwaarwegende belangen van verzoeker of zijn partner en met name hun minderjarige dochter.