ECLI:NL:RBROT:2026:7047
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ongeldigverklaring rijbewijs wegens onvoldoende medewerking rijvaardigheidsonderzoek
Eiser is door de politie staande gehouden wegens een snelheidsovertreding en het CBR heeft daarop een rijvaardigheidsonderzoek opgelegd. Na een eerste onderzoek waarbij eiser niet slaagde, werd een tweede onderzoek gepland. Eiser gaf telkens aan wegens rugklachten verhinderd te zijn, maar het CBR oordeelde dat voor de laatste afspraak geen geldige reden van verhindering bestond. Hierdoor verklaarde het CBR het rijbewijs ongeldig.
Eiser voerde onder meer aan dat sprake was van discriminatie en dat het eerste onderzoek niet correct was uitgevoerd. De rechtbank oordeelde dat het besluit tot het opleggen van het rijvaardigheidsonderzoek niet meer ter discussie stond en dat het eerste onderzoek deskundig was uitgevoerd. Ook was het terecht dat eiser het praktijkgedeelte mocht doen ondanks het niet slagen voor het theoriegedeelte.
Ten aanzien van het tweede onderzoek stelde de rechtbank vast dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor zijn verhindering en dat het CBR niet verplicht was contact op te nemen met de behandelend arts. Ook was eiser in de gelegenheid gesteld het praktijkexamen in een auto met automatische versnellingsbak af te leggen. De rechtbank concludeerde dat het CBR het rijbewijs terecht ongeldig heeft verklaard en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongeldigverklaring van het rijbewijs wegens onvoldoende medewerking aan het rijvaardigheidsonderzoek is ongegrond verklaard.