ECLI:NL:RBROT:2026:6512

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
5 juni 2026
Zaaknummer
83.223017.24, 83.223028.24, 83.223038.24, 83.223071.24, 83.223077.24, 83.223082.24
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 181 SvArt. 98 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van verschoningsgerechtigde stukken bij inbeslagname in strafzaak

In deze strafzaak heeft de officier van justitie op grond van artikel 181 Sv Pro een vordering ingediend om inbeslaggenomen fysieke stukken te onderzoeken op verschoningsgerechtigde informatie. De stukken zijn in het kantoorpand van een verdachte rechtspersoon aangetroffen en vervolgens overgedragen aan de rechter-commissaris.

De rechter-commissaris heeft de stukken zorgvuldig beoordeeld. Correspondentie tussen derden en een advocaat, zonder directe betrokkenheid van de advocaat zelf, wordt niet als verschoningsgerechtigd aangemerkt. Facturen met een specificatie van werkzaamheden door een verschoningsgerechtigde worden wel als verschoningsgerechtigd beschouwd, terwijl ongespecificeerde facturen dat niet zijn.

Ook zijn overeenkomsten waarin werkzaamheden van verschoningsgerechtigden worden beschreven als verschoningsgerechtigd aangemerkt. Facturen en overeenkomsten van een organisatie zonder verschoningsgerechtigden zijn niet beschermd. De stukken die als verschoningsgerechtigd zijn beoordeeld, worden geretourneerd aan de beslagene, terwijl de overige stukken worden vrijgegeven aan het onderzoeksteam.

Deze beoordeling volgt de jurisprudentie van de Hoge Raad en eerdere uitspraken over het verschoningsrecht, waarbij het vertrouwelijke karakter van de communicatie en de aard van de werkzaamheden centraal staan.

Uitkomst: De rechter-commissaris heeft specifieke stukken als verschoningsgerechtigd aangemerkt en deze geretourneerd, terwijl overige stukken zijn vrijgegeven aan het onderzoeksteam.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
rechter-commissaris in strafzaken
zittingsplaats Rotterdam
parketnummers :
83.223017.24, 83.223028.24, 83.223038.24, 83.223071.24, 83.223077.24, 83.223082.24
datum : 2 april 2026
Onderzoek Sali

proces-verbaal van bevindingen

van mr. W. Anker, rechter-commissaris, in de strafzaak tegen de verdachten:

[verdachte 1]

geboren op [geboortedatum 1] 1987, te [geboorteland]
wonende te [adres 1] , [postcode 1] [woonplaats 1]

[verdachte 2]

geboren op [geboortedatum 2] 1987, te [geboorteland]
wonende te [adres 1] , [postcode 1] [woonplaats 1]

[verdachte 3]

geboren op [geboortedatum 3] 1944
wonende te [adres 2] , [postcode 3] [woonplaats 3]

[verdachte rechtspersoon 1] .

gevestigd te [vestigingsadres 1] , [postcode 4] ’ [vestigingsplaats 1]

[verdachte rechtspersoon 2] .

gevestigd te [vestigingsadres 2] , [postcode 5] [vestigingsplaats 2]

[verdachte rechtspersoon 3] .

gevestigd te [vestigingsadres 3] , [postcode 6] [vestigingsplaats 3] .

Procedure

Onder leiding van de officier van justitie heeft een doorzoeking ter inbeslagneming plaatsgevonden in het kantoorpand aan [vestigingsadres 2] , [postcode 5] te [vestigingsplaats 2] . Daarbij zijn fysieke stukken inbeslaggenomen.
De officier van justitie heeft op grond van artikel 181 van Pro het Wetboek van Strafvordering op 8 december 2025 een vordering ingediend bij de rechter-commissaris om deze stukken te onderzoeken op de aanwezigheid van verschoningsgerechtigde informatie. De griffier van de rechter-commissaris heeft op 12 december 2025 aan de officier van justitie medegedeeld dat de verdediging slechts te kennen heeft gegeven dat zich ergens in het fysieke beslag mogelijk verschoningsgerechtigde informatie bevindt en dat het voor verdachten niet mogelijk is om aan te geven welke beslagnummer(s) het betreft. Gelet hierop heeft de rechter-commissaris de officier van justitie in overweging gegeven om de verdachte en de verdediging uit te nodigen om het fysieke beslag te bekijken en aan de hand daarvan mede te delen in welke goederen zich (mogelijk) verschoningsgerechtigde informatie bevindt.
De officier van justitie heeft op 9 februari 2026 per e-mail kenbaar gemaakt dat de advocaten van verdachten op 21 januari 2026 het fysieke beslag hebben bekeken en de mogelijk verschoningsgerechtigde stukken hebben aangewezen. Deze stukken zijn in drie enveloppen achtergebleven bij de geheimhoudermedewerkers van de FIOD. De officier van justitie heeft de rechter-commissaris verzocht de door de advocaten aangewezen stukken te beoordelen op de aanwezigheid van verschoningsgerechtigde informatie, nu niet vaststaat dat deze stukken zijn aan te merken als object van de bevoegdheid van deze advocaten zelf.
Op 12 maart 2026 heeft de rechter-commissaris de vordering van de officier van justitie gedeeltelijk toegewezen en is hij overgegaan tot filtering van de fysieke stukken met inbeslagnamecodes (hierna: de fysieke stukken):
  • [code 1] ;
  • [code 2] ;
  • [code 3] ;
  • [code 4] ;
  • [code 5] ;
  • [code 6] ;
  • [code 7] .

Beoordeling

Op 2 maart 2025 zijn de fysieke stukken in een afgesloten envelop aan de rechter-commissaris overgedragen door de door de rechter-commissaris aangewezen geheimhoudermedewerker [persoon A] , die vervolgens in een daarvoor bestemde kluis op het kabinet rechter-commissaris is neergelegd. De geheimhoudermedewerker heeft verklaard op geen enkele andere wijze betrokken bij het onderzoek in de strafzaak tegen de verdachten, noch bij het overkoepelende onderzoek of daaraan gelieerde onderzoeken en is gehouden tot strikte geheimhouding.
De rechter-commissaris heeft ten behoeve van de beoordeling kennisgenomen van de fysieke stukken. De rechter-commissaris heeft het volgende aangetroffen:
  • Blauwe envelop inhoudende stukken met inbeslagnamecodes [code 2] , [code 3] , [code 5] en [code 6] ;
  • Blauwe envelop inhoudende een stuk met inbeslagnamecode [code 4] ;
  • Blauwe envelop inhoudende een stuk met inbeslagnamecode [code 1] ;
  • Losse stukken met inbeslagnamecode [code 7] .
De rechter-commissaris heeft de stukken als volgt beoordeeld op de aanwezigheid van (mogelijk) verschoningsgerechtigd materiaal.
[code 1]
In de envelop met inbeslagnamecode [code 1] wordt een brief aangetroffen die afkomstig is van de Rechtbank Den Haag en is gericht aan een advocaat omtrent het beroep van [bedrijf X] . De rechtbank beschrijft in de brief dat zij een of meer stukken aan het dossier heeft toegevoegd en een kopie daarvan zal worden verstrekt aan de advocaat. De stukken die zullen worden toegevoegd betreffen twee brieven van het ministerie van justitie en veiligheid en een gedeelte van een uitspraak van een rechtbank.
De Hoge Raad hanteert in zijn jurisprudentie over het verschoningsrecht als standaardoverweging dat het verschoningsrecht slechts betrekking heeft op de wetenschap die een advocaat in de normale uitoefening van zijn beroep heeft verkregen, dat wil zeggen wat hem is toevertrouwd in het kader van zijn juridische dienstverlening aan een rechtzoekende die zich tot hem heeft gewend vanwege zijn hoedanigheid van advocaat. Hoewel de brief is bestemd voor een verschoningsgerechtigde, betreft correspondentie tussen anderen dan de verschoningsgerechtigde en degene die zich tot hem heeft gewend, geen brief of geschrift als bedoeld in art. 98, eerste lid, Sv (ECLI:NL:HR:2016:110). Indien er bij de correspondentie een verschoningsgerechtigde is betrokken kan niet reeds daarom de inhoud daarvan worden aangemerkt verschoningsgerechtigd. De rechter-commissaris is van oordeel dat het fysieke stuk met inbeslagnamecode [code 1] niet aan te merken is als verschoningsgerechtigd.
[code 2] , [code 3] , [code 4] & [code 5]
Deze stukken betreffen facturen die afkomstig zijn van personen met een functioneel verschoningsrecht. Alle facturen bevatten een (algemene) beschrijving van de werkzaamheden die deze verschoningsgerechtigden hebben verricht met daarbij soms een urenspecificatie opgegeven.
Gelet op de specificatie van de door een verschoningsgerechtigde uitgevoerde werkzaamheden is de rechter-commissaris van oordeel dat de fysieke stukken met inbeslagnamecodes [code 2] , [code 3] , [code 4] en [code 5]
verschoningsgerechtigd zijn.
[code 6]
Er zijn verschillende stukken met inbeslagnamecode [code 6] aangetroffen.
Ten eerste treft de rechter-commissaris een factuur afkomstig van een verschoningsgerechtigde aan, waarin een beschrijving wordt gegeven over de door de verschoningsgerechtigde uitgevoerde werkzaamheden. Er is geen urenspecificatie opgenomen in de factuur. Gelet op de specificatie van de door een verschoningsgerechtigde uitgevoerde werkzaamheden is de rechter-commissaris van oordeel dat de factuur verschoningsgerechtigd is.
Ten tweede treft de rechter-commissaris facturen aan afkomstig van [bedrijf Y] . De facturen zien op het betalen van verrichte werkzaamheden. De werkzaamheden kunnen niet worden aangemerkt als rechtstreeks verband houdende met de taakuitoefening van een verschoningsgerechtigde. Daarnaast heeft deze organisatie geen personen in dienst aan wie een wettelijk verschoningsrecht toekomen, terwijl ook de facturen geen aanleiding geven te vermoeden dat de organisatie werkzaamheden heeft gefactureerd die vallen onder het verschoningsrecht. Derhalve is de rechter-commissaris van oordeel dat de facturen niet kunnen worden aangemerkt als verschoningsgerechtigd.
Ten derde treft de rechter-commissaris facturen aan afkomstig van een verschoningsgerechtigde. De facturen bevatten geen urenspecificatie of beschrijving van de (specifieke) door de verschoningsgerechtigde verrichte werkzaamheden. Nu de factuur ongespecificeerd is, raakt deze niet aan het vertrouwelijke karakter van de werkzaamheden van de verschoningsgerechtigde voor zijn cliënt (ECLI:NL:GHAMS:2024:442). Derhalve is de rechter-commissaris van oordeel dat de facturen niet aan te merken zijn als verschoningsgerechtigd.
Tot slot treft de rechter-commissaris een herinnering voor het betalen van een factuur en een drietal facturen afkomstig van een verschoningsgerechtigde aan. Daarin is sprake van een specificatie van de door de verschoningsgerechtigde verrichte werkzaamheden. Derhalve is de rechter-commissaris van oordeel dat deze herinnering voor het betalen van de facturen en de facturen verschoningsgerechtigd zijn.
[code 7]
Er zijn verschillende stukken met inbeslagnamecode [code 7] aangetroffen.
Ten eerste treft de rechter-commissaris een overeenkomst aan afkomstig van een verschoningsgerechtigde, waarin wordt beschreven hetgeen de verschoningsgerechtigde zal verrichten aan werkzaamheden voor de cliënt. De rechter-commissaris merkt de overeenkomst aan als verschoningsgerechtigd.
Ten tweede treft de rechter-commissaris een overeenkomst aan tussen [bedrijf Y] en één van de verdachten omtrent het openen van bankrekeningen. Zoals eerder door de rechter-commissaris geoordeeld, komt aan de organisatie [bedrijf Y] in beginsel geen (afgeleid) verschoningsrecht toe, nu daar geen verschoningsgerechtigden werkzaam zijn. De rechter-commissaris acht de overeenkomst niet verschoningsgerechtigd.
Tot slot treft de rechter-commissaris een overeenkomst afkomstig van een verschoningsgerechtigde, waarin staat beschreven welke juridische werkzaamheden er zullen worden verricht. De rechter-commissaris merkt de overeenkomst aan als verschoningsgerechtigd.

Conclusie

De rechter-commissaris bepaalt dat:
- de stukken die
nietzijn aangemerkt als verschoningsgerechtigd zullen worden vrijgegeven aan het onderzoeksteam;
- de stukken die zijn aangemerkt als verschoningsgerechtigd zullen worden geretourneerd aan de beslagene.
Dit proces-verbaal is op 2 april 2026 door de rechter-commissaris en de griffier vastgesteld en ondertekend.
Y.E. Thämer
griffier
mr. W. Anker
rechter-commissaris
Aan de verdachten wordt een afschrift van dit proces-verbaal verzonden.