Uitspraak
1.Tenlastelegging
2.Bewijs / Vrijspraak
‘Bra je ben half handicap en jij gaat mij victem worden. Let op.’en
‘Weet dat als ik jou zie. Dat je klaar bent’. De verdachte stelt ook meerdere malen voor om met [voornaam slachtoffer 1] te ‘
meeten’ om het op te lossen. Uit getuigenverklaringen volgt dat zij in die periode ook meerdere videogesprekken hebben gevoerd waarbij de verdachte [voornaam slachtoffer 1] onder meer met de dood heeft bedreigd. De getuige [naam getuige 1] heeft verklaard dat hij de verdachte heeft horen zeggen: ‘
Wanneer ik jou tegenkom dan ga ik je slaan en ga ik je neersteken’. De verdachte heeft zelf verklaard dat hij in de week voor 11 oktober 2024 na een lange tijd weer met een mes op zak is gaan lopen.
.Tegen zijn vrienden vertelt hij dat hij de ruzie aanvankelijk wilde uitpraten. Hij zegt vervolgens: ‘
Ik dacht eigenlijk ik geef hem m’n been klaar’. Vervolgens vertelt hij dat [voornaam slachtoffer 1] op enig moment tijdens de ruzie met zijn hoofd tegen hem aan kwam. Hij werd naar eigen zeggen toen ‘
kankerpara’ en heeft hem vervolgens één keer geraakt.
,20 jaar oud, is overleden als gevolg van één steek in de borst (met perforatie van de linkerborstholte, de linkerlong, het hart, de longslagader en de luchtpijp).
.
3.Kwalificatie en strafbaarheid
doodslag
poging tot zware mishandeling
4.Straf
5.In beslag genomen voorwerpen
6.Voorlopige hechtenis
7.Vordering benadeelde partijen
[benadeelde 1]
als gevolg van de confrontatie met het slachtoffer in het ziekenhuis, dat binnen de hiervoor geldende richtlijnen aanspraak gemaakt kan worden op shockschade. De rechtbank is van oordeel dat op basis van de overgelegde stukken onvoldoende onderscheid kan worden gemaakt tussen de (bredere) psychische gevolgen door het verlies van zijn zoon na het bewezen strafbare feit (affectieschade) en de schade die mogelijk het gevolg is van de confrontatie met zijn zoon in het mortuarium. Dit deel van de vordering acht de rechtbank daarmee onvoldoende onderbouwd, zodat de benadeelde partij hierin niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
8.Vordering tot tenuitvoerlegging
9.Wettelijke voorschriften
10.Beslissingen
gevangenisstraf van 12 jaar;
€ 22.497,-, bestaande uit € 4.997,- als vergoeding van materiële schade en € 17.500,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 12 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling;
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 1] aan de staat
€ 22.497,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 12 oktober 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
137 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
17.500,-als vergoeding van immateriële schade en de wettelijke rente hierover vanaf 12 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling;
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 2] aan de staat
€ 17.500,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 12 oktober 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
112 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 37.084,-, bestaande uit € 19.584,- als vergoeding van materiële schade en € 17.500,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 12 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling;
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 3] aan de staat
€ 37.084,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 12 oktober 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
181 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 4.100,-, bestaande uit € 100,- als vergoeding van materiële schade en € 4.000,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 15 november 2023 tot de dag van volledige betaling;
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 4] aan de staat
€ 4.100,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 15 november 2023 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
41 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;