Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 april 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college
Samenvatting
Procesverloop
Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, de gemachtigde van het college en haar collega mr. I. Plaisier.
Beoordeling door de rechtbank
Eiser stelt dat het primaire besluit niet eerder zou zijn ontvangen dan maximaal zes weken voor 25 maart 2025. Wanneer en op welke wijze dit zou zijn gebeurd, is volgens de gemachtigde van eiser niet van belang, wel is van belang dat het bezwaar tijdig is ingediend.
Niet in geschil is dat eiser op 5 augustus 2024 de sleutel heeft gekregen van zijn nieuwe woning aan de [adres] in [plaats] en dat op dat moment de defnitieve verhuurovereenkomst van de woning is ingegaan. Uit de huurovereenkomst blijkt dat eiser woonplaats heeft gekozen in het gehuurde (de woning aan de [adres] in [plaats] ). Aan eiser is tevens namens verweerder een huisvestingsvergunning toegekend voor het in gebruik nemen van deze woning. Uit de verhuurdersverklaring blijkt dat eiser geen bezwaar heeft tegen inschrijving (in de basisregistratie personen bij de gemeente [plaats] ) op dit adres.
Op grond van deze gegevens heeft het college heeft het primaire besluit verstuurd naar dit adres in [plaats] . Dit was het bij het college laatst bekende adres en het college is er dan ook terecht van uitgegaan dat dit het juiste adres is.
Artikel 2:14, eerste lid, van de Awb biedt een bestuursorgaan de mogelijkheid om berichten langs elektronische weg te versturen, maar verplicht hiertoe niet. Voor het telefonisch informeren bestaat geen wettelijke grondslag. Eiser is bekend dat Werk en Inkomen hem altijd per post informeert en dit is - in het verleden - niet weersproken.
Bij de toepassing van artikel 6:11 van Pro de Awb gaat het om een gebonden bevoegdheid.