Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De zaak in het kort
primairopheffing van het conservatoir beslag en
subsidiairvermindering van het bedrag waarop beslag mag worden gelegd tot € 5.000,00. De vrouw voert verweer en vordert als tegenvordering dat de man wordt veroordeeld tot betaling van € 35.000,00 als voorschot op schade die de vrouw heeft gelden als gevolg van het niet-meewerken van de man aan de verkoop en levering van de voormalige echtelijke woning van partijen. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van de man en de vrouw af. Dit oordeel wordt hierna uitgelegd.
2.De procedure
- de dagvaarding van 6 maart 2026, met bijlagen 1 tot en met 4;
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie (tegenvordering), met bijlagen 1 tot en met 12;
- de pleitnota van mr. De Bruin, met bijlagen 5 tot en met 13;
- de aanvullende bijlagen 13 tot en met 16 van de vrouw;
- de mondelinge behandeling op 30 maart 2026.
3.Het geschil in conventie en in reconventie
4.De beoordeling
5.De beslissing
3349 / 3577