Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 26 februari 2026, met producties;
- twee producties van [gedaagde] ;
- de spreekaantekeningen van Woonplus;
- de spreekaantekeningen van [gedaagde] .
2.Waar gaat de zaak over?
3.De beoordeling
niets hoeft te bewijzen”. [gedaagde] miskent daarmee dat hij wel voldoende gemotiveerd moet betwisten. De kale stelling dat de opgaaf van Evides niet klopt omdat [gedaagde] nooit meterstanden zou hebben doorgegeven is in het licht van de door Woonplus in het geding gebrachte schriftelijke opgaaf van Evides bijzonder mager. Temeer omdat niets makkelijker en voordehandliggender was geweest dan wel zo’n foto van de watermeter te laten zien. De kantonrechter komt hieronder onder 3.10 op dit verweer terug.
klassieke ‘zware’ ontruimingsgronden (huurachterstand, structurele overlast, onderverhuur)” ontbreken. [gedaagde] miskent daarmee echter twee dingen. Ten eerste is de verplichting om in het gehuurde daadwerkelijk het hoofdverblijf te hebben in dit geval (gezien artikel 2 onder Pro 17 van de huurovereenkomst) een van de hoofdverplichtingen van de huurder. Ten tweede kan ook zonder een dergelijke contractuele bepaling het niet daadwerkelijk zelf bewonen van de (in dit geval nota bene sociale) huurwoning een schending van goed huurderschap (artikel 7:213 BW Pro) betekenen; ook een hoofdverplichting van de huurder (zie ook het hiervoor al aangehaalde arrest van het gerechtshof Amsterdam). Er is dus weldegelijk sprake van wat [gedaagde] een “zware ontruimingsgrond” noemt. Daarnaast heeft [gedaagde] in dit verband enkel aangevoerd dat tegenover het “
generiek schaarstebelang” een “
concreet woonbelang” van [gedaagde] staat. Zonder nadere toelichting – die [gedaagde] niet heeft gegeven – blijkt uit de aard van de tekortkoming in dit geval nu juist echter dat [gedaagde] niet of nauwelijks belang heeft bij het gehuurde als woning. De kantonrechter verwerpt het beroep op artikel 8 EVRM Pro dan ook.