ECLI:NL:RBROT:2026:4088
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. van der Wal
- B. van Velzen
- M.V. van Baaren
- Rechtspraak.nl
Vermindering bestuurlijke boete wegens overschrijding meststoffenwet gebruiksnormen
Eiser kreeg van de minister een bestuurlijke boete van €17.576,10 opgelegd wegens overschrijding van de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen en fosfaat. Tevens werd zijn derogatievergunning voor 2020 ingetrokken en werd hij uitgesloten van deelname aan derogatie in 2025. Eiser maakte bezwaar tegen het besluit en voerde onder meer aan dat de oppervlakte landbouwgrond onjuist was vastgesteld en dat de minister het vertrouwensbeginsel had geschonden.
De rechtbank oordeelt dat de minister de oppervlakte landbouwgrond correct heeft vastgesteld, omdat bepaalde percelen niet als landbouwgrond in de zin van de Meststoffenwet worden aangemerkt en eiser geen feitelijke beschikkingsmacht had over andere percelen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt verworpen omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de overheid toezeggingen heeft gedaan waarop hij mocht vertrouwen.
Wel acht de rechtbank reden om de boete verder te verlagen vanwege de zeer lange duur van de besluitvorming. De boete wordt verlaagd met 25% wegens overschrijding van de beslistermijn en vervolgens gehalveerd omdat de overschrijding van de gebruiksnormen is veroorzaakt door aanvoer van mest. Dit leidt tot een boete van €7.323,37. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover het de boete betreft en stelt de boete zelf vast. Daarnaast veroordeelt zij de minister tot betaling van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt verlaagd van €17.576,10 naar €7.323,37 en het beroep wordt verder afgewezen.