Eiser, werkzaam als shiftmanager bij Chane Terminal Botlek B.V., werd in november 2025 op non-actief gesteld. In een eerder kort geding van 12 februari 2026 werd Chane veroordeeld tot wedertewerkstelling van eiser, het versturen van een rectificatie en het niet hinderen van zijn werkzaamheden voor de ondernemingsraad, met oplegging van dwangsommen.
Eiser vordert in deze procedure onder meer de bevestiging dat dwangsommen zijn verbeurd wegens niet-naleving van het vonnis van 12 februari, verhoging van de dwangsommen, betaling van reeds verbeurde dwangsommen en onmiddellijke uitvoering van het vonnis. Chane betwist deze vorderingen.
De kantonrechter oordeelt dat de veroordeling tot wedertewerkstelling inhoudt dat partijen eerst een voorbereidend overleg moeten hebben alvorens eiser daadwerkelijk terugkeert. Gezien de reeds gevoerde gesprekken acht de rechter geen dwangsommen verbeurd op dit punt. Wel is vastgesteld dat Chane niet tijdig de rectificatie heeft verzonden, waardoor zij een dwangsom van €5.000 verschuldigd is.
De overige vorderingen, waaronder de verhoging van dwangsommen en het bevel tot nakoming van het vonnis, worden afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.