Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- de dagvaarding tevens incidentele vordering tot inzage van 9 december 2025, met bijlagen 1 tot en met 24;
- de incidentele conclusie houdende verzoek tot voeging in het incident en in de hoofdzaak van [bedrijf X] , met bijlage TGS01;
- de conclusie van antwoord in het incident ex art 195 Rv Pro van IQIP, met bijlagen GP1 tot en met GP8;
- het B7-formulier voor de rol van 7 januari 2026 van IQIP, waarin onder meer wordt verzocht om een mondelinge behandeling in het incident tot afschrift en inzage;
- de conclusie van antwoord in het voegingsincident van Dieseko, met bijlagen 25 en 26;
- de conclusie van antwoord in het voegingsincident ex art 217 Rv Pro van IQIP.
2.Het geschil in de hoofdzaak en in de incidenten
warrants that it holds full and unencumbered title to all the Assets, that the Assets do not infringe on any intellectual property rights of third parties, and that no litigation is threatened or pending in relation to the Assets.”.
3.De beoordeling in de incidenten
dat de partij die voeging vordert nadelige gevolgenkanondervinden van een uitkomst van de procedure die ongunstig is voor de partij aan wier zijde zij zich voegt” (onderstreping aangebracht door de rechtbank). De enkele mogelijkheid dat de partij die voeging vordert nadelige gevolgen zal ondervinden, is dus al voldoende om een vordering tot voeging toe te wijzen.
189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
4.De beslissing
1 april 2026voor opgave verhinderdata van alle partijen over de periode van 1 april 2026 tot 1 november 2026;
29 april 2026voor conclusie van antwoord in het incident van [bedrijf X] ;
3349 / 2459