Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[gedaagde],
1.De procedure
- de dagvaarding van 26 september 2025, met producties;
- het herstelexploot van 7 oktober 2025;
- de incidentele conclusie houdende een exceptie van onbevoegdheid ex artikel 11 Rv Pro tevens houdende een verzoek ex artikel 85 Rv Pro;
- de conclusie van antwoord in het onbevoegdheidsincident en beroep artikel 85 Rv Pro, met producties.
2.Het gevorderde in de hoofdzaak
3.Het geschil in het bevoegdheidsincident
4.Het incident ex artikel 85 Rv Pro
5.De beoordeling in het bevoegdheidsincident
het schadebrengende feitcentraal. Gezien de herkomst van artikel 6, aanhef en onder e, Rv kan de rechtspraak van het HvJ EG met betrekking tot de uitleg van het begrip
schadebrengend feiteen belangrijk richtsnoer zijn. Op grond van de rechtspraak van het HvJEU geldt als zodanig zowel de plaats van de schadeveroorzakende gebeurtenis, het zogenaamde
Handlungsort, als de plaats waar de schade is ingetreden, het zogenaamde
Erfolgsort. De eisende partij heeft de keuze of hij de gedaagde oproept voor de rechter van het
Handlungsortdan wel voor die van het
Erfolgsort. Zie HvJ EG 30 november 1976,
NJ1977/494 (
Kalimijnen). Bij het
Handlungsortgaat het erom of de veronderstelde veroorzaker van de schade heeft gehandeld in het rechtsgebied van de aangezochte rechter; aan de plaats van
Handlungvan een medepleger – die geen partij is bij het geding – kan geen bevoegdheid worden ontleend (HvJEU 16 mei 2013, C-228/11, ECLI:EU:C:2013:305 (
Melzer/MF Global); vergelijk ook HvJEU 5 juni 2014, C-360/12, ECLI:EU:C:2014:1318 (
Coty Germany/First Note Perfumes)). Het (mogelijk) intreden van schade (
Erfolg) in het rechtsgebied van de aangezochte rechter (
Erfolgsort) kan ook alleen maar leiden tot bevoegdheid van die rechter, indien die schade is veroorzaakt door een
Handlungvan de aangesproken gedaagde en niet door een
Handlungvan een medepleger.
Handlungsortzich in deze zaak buiten Nederland bevindt, zodat de Nederlandse rechter daaraan geen rechtsmacht kan ontlenen. Zoals [eiseres] zélf ook aangeeft – zie randnummer 4.2 van de incidentele conclusie van antwoord – vormt de kern van haar verwijten aan Corrpro c.s . dat Corrpro c.s . [naam] , een werknemer van [eiseres] , gebruiken als schakel om aanvragen en vertrouwelijke informatie die zich bij [eiseres] bevindt te benutten en op die wijze projectopdrachten weg te leiden (naar Corrpro). [naam] is in deze procedure geen partij. Niet valt in te zien waarom het aanzetten door Corrpro c.s . van [naam] tot de gewraakte gedragingen zich (voornamelijk) heeft afgespeeld in Nederland. Zo blijkt uit productie 47 van [eiseres] , een namens haar opgesteld chronologisch overzicht van handelingen, dat [naam] een aantal keren naar het Verenigd Koninkrijk is gereisd voor overleg op het kantoor van Corrpro. Ook blijkt uit dit overzicht dat door Corrpro c.s . vele malen contact met [naam] is gelegd op een andere wijze dan door middel van een fysieke ontmoeting, bijvoorbeeld per e-mail of door het overmaken van gelden naar [naam] . Dat duidt veel eerder op gedragingen van Corrpro c.s . vanuit het Verenigd Koninkrijk, waar Corrpro immers kantoor houdt. Corrpro c.s . wijzen in randnummer 4.4 van hun incidentele conclusie van antwoord nog uitdrukkelijk op drie, volgens hen belangrijke, gebeurtenissen die zouden wijzen op een
Handlungsortin Nederland, maar de rechtbank ziet dat anders. Het gaat hier namelijk om drie gebeurtenissen waarin [naam] de handelende persoon is en niet Corrpro c.s .:
Erfolgsortin deze zaak oordeelt de rechtbank als volgt.
- i) Het door Corrpro c.s . contracteren met relaties van [eiseres] , nadat [naam] die relaties/aanvragen buiten [eiseres] om had ‘doorgestuurd’ naar Corrpro c.s . (in de woorden van [eiseres] : “Heimelijk afpakken projecten [eiseres] ”). Zie de dagvaarding onder 50-73;
- ii) Het door Corrpro c.s . profiteren van bedrijfsgeheimen van [eiseres] , nadat [naam] die bedrijfsgeheimen had doorgestuurd naar Corrpro c.s . Zie de dagvaarding onder 39-131;
- iii) Het door Corrpro c.s . inhuren van [naam] voor werkzaamheden op het MODEC-project ‘BAOBAB’ in de wetenschap (a) dat [naam] op dat project al werkzaam was voor [eiseres] én (b) dat [naam] aldus zijn met [eiseres] gesloten concurrentiebeding overtrad (in de woorden van [eiseres] : “Heimelijk inhuren [naam] ”). Zie de dagvaarding onder 74-87.
Erfolgsortrechtsmacht heeft in de zin van artikel 6 onder Pro e Rv.
- a) [eiseres] is opdrachten van bestaande klanten misgelopen, zoals Crystal Symphony, Boskalis en Wagenborg;
- b) Vanwege de onderbiedende offertes van [naam] bij deze klanten is ook het prijsniveau bij deze klanten structureel aangetast. Dit heeft directe gevolgen voor toekomstige opdrachten, marges en de onderhandelingspositie van [eiseres] bij deze klanten;
- c) De ‘uitholling’ van de commerciële positie van [eiseres] in een specialistische markt waarin Corrpro – in ieder geval vanaf de overname door OES – een directe concurrent is. Omzetverlies dus door onrechtmatige concurrentie.
Erfolgsort, zodat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft op grond van artikel 6, aanhef en onder e, Rv. De relatieve bevoegdheid van deze rechtbank volgt (onder meer) uit artikel 102 Rv Pro (
In zaken betreffende verbintenissen uit onrechtmatige daad is mede bevoegd de rechtbank van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan.).
Erfolgsortbevindt zich dus in Nederland, zodat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft op grond van artikel 6, aanhef en onder e, Rv. De relatieve bevoegdheid van deze rechtbank volgt (onder meer) uit artikel 102 Rv Pro.
floating offshore oil & gas market, waaronder voor het project ‘BAOBAB’, een “reusachtig” opslag- en productievaartuig dat vaart onder de vlag van Ivoorkust. [naam] , als uitvoerend monteur, heeft in 2023 een opdracht uitgevoerd namens [eiseres] bij MODEC. In 2024 heeft [naam] , terwijl hij nog voor [eiseres] werkte, in opdracht van Corrpro een soortgelijke klus uitgevoerd bij MODEC.
- a) Voor de opdrachten die [eiseres] van MODEC had gekregen heeft [eiseres] allerlei kosten moeten maken, zoals acquisitiekosten en kosten betreffende technische voorbereiding, maar door het gedrag van Corrpro c.s . (en [naam] ), is [eiseres] een deel van haar vergoeding van deze kosten misgelopen;
- b) Corrpro heeft geprofiteerd van kennis van [naam] , maar ondanks dat [naam] toen in dienst was van [eiseres] , heeft [eiseres] nooit een vergoeding ontvangen van Corrpro voor dat gebruik door Corrpro van de kennis van [naam] . Verder heeft [eiseres] ook nooit een vergoeding van Corrpro ontvangen voor de uitvoeringscapaciteit van [eiseres] op het MODEC-project waar Corrpro toen van gebruik heeft gemaakt.
Erfolgsortbevindt zich dus in Nederland, zodat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft op grond van artikel 6, aanhef en onder e, Rv. De relatieve bevoegdheid van deze rechtbank volgt (onder meer) uit artikel 102 Rv Pro.
Indien in zaken die bij dagvaarding moeten worden ingeleid de Nederlandse rechter ten aanzien van een van de gedaagden rechtsmacht heeft, komt hem deze ook toe ten aanzien van in hetzelfde geding betrokken andere gedaagden, mits tussen de vorderingen tegen de onderscheiden gedaagden een zodanige samenhang bestaat, dat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling rechtvaardigen.
Hrvatske Sume/BP Europe).
6.De beoordeling in het incident ex artikel 85 Rv Pro
7.De beslissing
8 april 2026voor conclusie van antwoord;