De zaak betreft een bestuurlijke boete van €450,- opgelegd aan Zwoofs B.V. wegens een vermeende overtreding van de Tabaks- en rookwarenwet, omdat de gezondheidswaarschuwing op de buitenverpakking van een navulvloeistof minder dan het vereiste 30% van het oppervlak zou beslaan.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat sprake is van een overtreding. De meetresultaten en -gegevens die de conclusie ondersteunen, maken geen deel uit van het rapport of deskundigenbericht en zijn niet kenbaar gemaakt bij het bestreden besluit. Hierdoor is de bewijsvoering onvoldoende verifieerbaar en niet overtuigend.
De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris de meetmethode wel heeft toegelicht, maar niet de meetgegevens zelf. Ook is de berekeningswijze betwist door eiseres, die een contra-expertise heeft overgelegd. De staatssecretaris heeft de concrete onderzoeksresultaten pas in het verweerschrift kenbaar gemaakt, wat te laat is.
Verder beoordeelt de rechtbank dat de redelijke termijn voor de bestuursrechtelijke procedure niet is overschreden, mede doordat vertragingen door eiseres zelf zijn veroorzaakt en periodes van schorsing wegens prejudiciële vragen buiten beschouwing blijven.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en herroept het boetebesluit. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.