ECLI:NL:RBROT:2026:1861

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
24 februari 2026
Zaaknummer
C/10/688022 / HA ZA 24-908
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 BWArt. 6:52 BWArt. 6:97 BWArt. 6:119 BWArt. 6:265 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding overeenkomst opdracht uitzendkrachten wegens schending arbeidswetgeving en zorgplicht

Prodenka Solutions B.V. en Mouthaan Boekdruk en Offset B.V. sloten een overeenkomst waarbij Prodenka uitzendkrachten zou werven en leveren voor Mouthaan. Tijdens de uitvoering bleek dat Prodenka en de door haar ingeschakelde uitzendbureaus de arbeidsrechtelijke wet- en regelgeving, waaronder de ABU-cao en SNA-normen, niet naleefden. Diverse uitzendkrachten verklaarden over misstanden zoals het ontbreken van contracten, niet-uitbetaling van loon en vakantiegeld, intimidatie en onrechtmatige inhoudingen.

Mouthaan ontbond de overeenkomst buitengerechtelijk per 1 maart 2024 wegens deze tekortkomingen. Prodenka stelde dat zij niet tekortgeschoten was en dat Mouthaan onterecht ontbonden had. De rechtbank oordeelde dat Prodenka zich had verbonden aan naleving van wet- en regelgeving en zorgplicht, en dat zij tekort was geschoten door onvoldoende toezicht en controle op de uitzendbureaus.

De rechtbank stelde vast dat de tekortkomingen ernstig en onherstelbaar waren, waardoor Mouthaan gerechtigd was de overeenkomst te ontbinden. De vorderingen van Prodenka tot verklaring van ontbinding en schadevergoeding werden afgewezen. Wel werd Mouthaan veroordeeld tot betaling van een openstaande factuur voor huisvestingskosten van een uitzendkracht. Prodenka werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat Prodenka toerekenbaar tekortgeschoten is en dat Mouthaan de overeenkomst terecht heeft ontbonden, waarbij alleen de openstaande factuur aan Prodenka wordt toegewezen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/688022 / HA ZA 24-908
Vonnis van 14 januari 2026
in de zaak van
PRODENKA SOLUTIONS B.V.,
gevestigd in Pijnacker,
eiseres,
advocaat mr. J. Wind te Rotterdam,
tegen
MOUTHAAN BOEKDRUK EN OFFSET B.V.,
gevestigd in Hendrik-Ido-Ambacht,
gedaagde,
advocaat mr. A.D. Polkerman te Amsterdam.
Partijen zullen hierna Prodenka en Mouthaan genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 21 oktober 2024, met producties 1 tot en met 22:
  • de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 38;
  • de brief van de rechtbank van 3 maart 2025 waarin partijen zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling van de zaak;
  • de brief van de rechtbank van 27 mei 2025 met de zittingsagenda;
  • de akte overlegging nadere producties van Mouthaan, met producties 39 tot en met 41;
  • de akte overlegging producties van Prodenka, met producties 23 tot en met 31;
  • de akte overlegging nadere producties van Mouthaan, met producties 42 en 43;
  • de spreekaantekeningen van mr. Wind;
  • de spreekaantekeningen van mr. Polkerman;
  • de mondelinge behandeling van de zaak op 24 juni 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De zaak in het kort

2.1.
Prodenka heeft op grond van een overeenkomst van opdracht uitzendkrachten laten werven ten behoeve van Mouthaan. De uitzendkrachten werden ingezet bij de af- en bewerking van de Pokémonkaarten die in de drukkerij van Mouthaan geproduceerd worden. Prodenka betrok deze uitzendkrachten bij uitzendbureaus die de werving en selectie van de uitzendkrachten uitvoerden. Deze uitzendkrachten werden vervolgens ingezet bij Mouthaan als inlener. Facturering geschiedde door Prodenka, die op die manier een marge verdiende aan de door de uitzendbureaus geworven uitzendkrachten. Mouthaan had dus geen rechtstreekse contractuele relatie met de uitzendbureaus.
2.2.
Prodenka verwijt Mouthaan dat zij toerekenbaar tekortgekomen is in de nakoming van de overeenkomst van opdracht, namelijk door zich niet te houden aan de exclusiviteitsafspraken in de overeenkomst. Ook is Mouthaan volgens Prodenka ten onrechte na 1 maart 2024 gestopt met de uitvoering van de overeenkomst na een – volgens Prodenka onterechte en dus vergeefse – ontbindingspoging. Verder heeft Mouthaan een factuur van Prodenka niet betaald. Prodenka heeft om deze redenen de overeenkomst op 3 april 2024 buitengerechtelijk ontbonden. Zij vordert in deze procedure een verklaring voor recht, schadevergoeding en betaling van de hiervoor genoemde factuur.
2.3.
Mouthaan stelt daar tegenover dat zij de overeenkomst op 1 maart 2024 op juiste gronden buitengerechtelijk heeft ontbonden, omdat Prodenka onherstelbaar tekortgekomen is in de nakoming van haar verplichtingen onder de overeenkomst en in haar zorgplicht als opdrachtnemer, namelijk door zich niet aan relevante wet- en regelgeving te houden bij de levering van haar diensten. Prodenka en de uitzendbureaus waarmee zij samenwerkte schonden de arbeidsrechtelijke wet- en regelgeving bij de tewerkstelling van hun uitzendkrachten en de feitelijke omstandigheden wezen op een reële kans van strafbare arbeidsuitbuiting, aldus Mouthaan.
2.4.
De rechtbank oordeelt in dit vonnis dat Mouthaan de overeenkomst terecht heeft ontbonden. De vorderingen van Prodenka worden daarom afgewezen, met uitzondering van de vordering tot betaling van de openstaande factuur. De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.

3.Wat is er gebeurd?

3.1.
Prodenka houdt zich, zo blijkt onder meer uit de doelomschrijving in haar statuten, onder meer bezig met arbeidsbemiddeling. Prodenka doet dat (ook) als intermediair tussen uitzendbureaus en de klanten van Prodenka, namelijk door de inzet te coördineren van uitzendkrachten die zij via verschillende uitzendbureaus werft.
3.2.
Mouthaan is een grafisch bedrijf gespecialiseerd in het drukken en vervaardigen van uiteenlopende grafische producten, waaronder karton- en kunststofverpakkingen.
3.3.
Op 20 september 2022 is Mouthaan overgenomen door het Amerikaanse Park Communications LLC, handelend onder de naam Millennium Print Group, een dochteronderneming van The Pokémon Company International (hierna: TPCi).
3.4.
Mouthaan startte na de overname, als groepsvennootschap van TPCi, met de productie van Pokémonkaarten. Vanwege (onder meer) de specifieke vereisten die het drukken en verpakken van Pokémonkaarten met zich brengen had Mouthaan behoefte aan (meer) uitzendkrachten die handmatig bewerkings- en afwerkingshandelingen konden uitvoeren.
3.5.
Op 2 januari 2023 hebben Mouthaan en Prodenka een overeenkomst gesloten voor de duur van vijf jaar voor de uitleen van uitzendkrachten door Prodenka aan Mouthaan voor de af- en bewerking van de Pokémonkaarten die Mouthaan produceert.
In deze overeenkomst (hierna ook wel aangeduid als: de basisovereenkomst) is, voor zover van belang, het volgende opgenomen:
“(…)
4. VERZUIM
12.1
Een Partij is in verzuim indien zij een verplichting onder deze Overeenkomst niet op tijd nakomt,
op voorwaarde dat de tekortschietende Partij door de andere Partij van het verzuim in kennis is
gesteld en het verzuim niet is hersteld binnen vijftien (15) werkdagen na ontvangst van die
kennisgeving. Een Partij is direct in verzuim, zonder dat daar een kennisgeving van de andere Partijen
voor nodig is, als nakoming tijdelijk of blijvend onmogelijk is geworden.
(…)
6. DUUR EN BEEINDIGING
Partijen kunnen deze overeenkomst ontbinden als een partij in verzuim raakt met betrekking tot
enige verplichting onder de Overeenkomst en, voor zover nakoming niet tijdelijk of blijvend
onmogelijk is, de tekortkoming niet is hersteld binnen 15 (vijftien) werkdagen na schriftelijke
kennisgeving. Indien er definitief sprake is van een dergelijke situatie, dan kan eén van de
partijen het contract met inachtneming van een opzegtermijn van 4 maanden schriftelijk
opzeggen.
(…)
7. DIVERSEN
(…)
Overige:
□ (…)
□ Conform wet en regelgeving 2023
□ (…)
□ (…)
□ (…)
Certificering:
Kwaliteit en betrouwbaarheid staan bij Prodenka Solutions BV hoog in het vaandel. Prodenka Solutions BV hanteert bij haar leveranciers de ABU cao, NEN 4400-01 norm die is opgenomen in het register van de Stichting Normering Arbeid (SNA).
U kunt dus met een gerust hart zaken doen met Prodenka Solutions BV.
(…).”
3.6.
Tijdens de uitvoering van de overeenkomst heeft Prodenka de door haar aan Mouthaan uitgeleende uitzendkrachten ingehuurd via diverse uitzendbureaus, waaronder
Venosa B.V. (hierna: Venosa), Covebo Productie en Logistiek B.V. (hierna: Covebo) en Best Time Personeelsdiensten B.V. (hierna: Best Time).
3.7.
In de eerste helft van 2023 was er iemand van Prodenka bij Mouthaan op de werkvloer aanwezig als aanspreekpunt voor de uitzendkrachten.
3.8.
Prodenka heeft op 20 februari 2023 en op 14 juni 2023 een factuur gestuurd aan Mouthaan, die betrekking had op de kosten voor huisvesting van mevrouw [persoon A] (hierna: [persoon A] ). [persoon A] werkte op uitzendbasis bij Mouthaan. Mouthaan heeft de factuur van 20 februari 2023 betaald. De factuur van 14 juni 2023 – met daarop een bedrag van € 980,10 inclusief btw – heeft Mouthaan niet betaald.
3.9.
Op 2 oktober 2023 hebben partijen een addendum op de basisovereenkomst opgesteld op grond waarvan onder meer de in de basisovereenkomst bedongen exclusiviteit van dienstverlening door Prodenka werd beperkt.
3.10.
Op 23 januari 2024 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen Prodenka en Mouthaan. Daarbij is onder meer tussen partijen gesproken over de naleving van deze exclusiviteitsafspraak. Tijdens diezelfde bespreking vroeg Mouthaan om kopieën van de personeelsdossiers van de door Prodenka ingezette uitzendkrachten, waarbij de interesse van Mouthaan vooral uitging naar de arbeidsovereenkomst, de paspoortkopie en de relevante (werk-)vergunningen. Prodenka weigerde dat te doen en beriep zich erop dat zij dat niet kon doen zonder uitdrukkelijke toestemming van de betreffende uitzendkrachten, ter bescherming van hun privacy. Op verzoek van Mouthaan zegde Prodenka toe aan iedere uitzendkracht toestemming te zullen vragen. Op 1 februari 2024 stelde Prodenka een aantal personeelsdossiers aan Mouthaan ter beschikking. Sommige van die personeelsdossiers waren incompleet, en van sommige personeelsleden werd geen dossier ter beschikking gesteld.
3.11.
Bij brief van 1 maart 2024 heeft Mouthaan, in een brief verzonden door haar advocaat, Prodenka meegedeeld dat Prodenka haar verplichtingen tegenover de betrokken uitzendkrachten had geschonden en dat Prodenka in strijd had gehandeld met de strekking en het doel van de overeenkomst en de daarbij behorende zorgvuldigheidseisen. Mouthaan heeft de overeenkomst vervolgens per direct ontbonden.
3.12.
Na deze brief is de feitelijke samenwerking tussen partijen met onmiddellijke ingang geëindigd.
3.13.
Bij e-mail van 3 april 2024 heeft de advocaat van Prodenka de beschuldigingen van de hand gewezen en aan Mouthaan onder meer meegedeeld dat er geen sprake was van een tekortschieten van Prodenka in de nakoming van de overeenkomst en daarom ook geen grond voor ontbinding van de overeenkomst. Hij heeft in die brief namens Prodenka de overeenkomst gedeeltelijk ontbonden, in die zin dat de ontbinding zich uitstrekte over de periode van 1 maart 2024 tot aan het eind van de looptijd van de overeenkomst.

4.Het geschil

4.1.
Prodenka vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:
1. Mouthaan veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 1.219,76, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het bedrag van € 1.043,14, te berekenen over de periode van 1 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling;
2. voor recht verklaart dat de overeenkomst per 1 maart 2024 door Prodenka
buitengerechtelijk is ontbonden of, als de rechtbank zou oordelen dat de overeenkomst niet buitengerechtelijk door Prodenka is ontbonden, de overeenkomst alsnog zal ontbinden;
3. Mouthaan veroordeelt tot betaling van het bedrag van € 12.473.642.38 aan
schadevergoeding als bedoeld in artikel 6:277 BW Pro, danwel veroordeelt tot betaling van een door de rechtbank op basis van artikel 6:97 BW Pro begroot bedrag aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro daarover vanaf de datum van deze dagvaarding, danwel vanaf de datum van het vonnis, tot de dag van volledige betaling;
4. Mouthaan veroordeelt in de kosten van het geding, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 lid 1 BW Pro indien zij deze kosten niet binnen 14 dagen na betekening van het vonnis aan Prodenka heeft voldaan;
5. Mouthaan veroordeelt in de nakosten van dit geding.
4.2.
Mouthaan voert gemotiveerd verweer en concludeert, verkort weergegeven, tot afwijzing van de vordering van Prodenka, met veroordeling van Prodenka in de kosten en nakosten van het geding zowel zonder als met betekening, te vermeerderen met de
wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf veertien dagen na de datum
van de uitspraak.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5.De beoordeling

de standpunten van partijen

5.1.
Prodenka vordert een verklaring voor recht dat zij de overeenkomst tussen partijen per 1 maart 2024 rechtsgeldig heeft ontbonden. Daarnaast vordert Prodenka betaling van de als gevolg van die ontbinding geleden schade, bestaande uit het positief contractsbelang dat zij begroot op een bedrag van € 12.473.642,38 met rente en kosten. Volgens Prodenka is dat het bedrag dat Prodenka redelijkerwijs zou hebben verdiend als de overeeenkomst tot 31 december 2028 zou zijn uitgevoerd. Verder vordert Prodenka betaling van een openstaande factuur voor huisvestingskosten van uitzendkracht [persoon A] , die dateert van vóór de door haar ingeroepen ontbinding.
5.2.
Prodenka legt, verkort weergegeven, aan haar vorderingen ten grondslag dat Mouthaan toerekenbaar tekortgekomen is in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst door (i) niet aan haar betalingsverplichting onder de overeenkomst te voldoen door de factuur voor huisvesting van uitzendkracht [persoon A] onbetaald te laten, door (ii) zich niet te houden aan de sinds het addendum geldende exclusiviteitsregeling van minimaal 75% inleen van ‘Prodenka-uitzendkrachten’ (als percentage van het totale aantal uitzendkrachten dat bij Mouthaan werkzaam is) en hierover geen informatie ter controle te verschaffen, en door (iii) ten onrechte de overeenkomst (proberen) te ontbinden en te verklaren dat zij niet bereid is zich te houden aan haar contractuele verplichtingen onder de overeenkomst.
5.3.
Wat betreft dit laatste punt stelt Prodenka dat Mouthaan getracht heeft de overeenkomst te ontbinden, maar dat er geen grond was voor ontbinding van de overeenkomst door Mouthaan, omdat Prodenka niet toerekenbaar tekortgekomen was in de nakoming van haar verplichtingen onder de overeenkomst.
Nu Mouthaan niet bevoegd was tot ontbinding, en desondanks weigerde haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst na te komen, heeft Prodenka haar eigen verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst opgeschort in de zin van artikel 6:52 BW Pro en per 1 maart 2024 zelf de overeenkomst rechtsgeldig ontbonden, aldus Prodenka.
5.4.
Mouthaan heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de haar verweten toerekenbare tekortkomingen.
5.5.
Als meest verstrekkende verweer voert Mouthaan aan dat de ontbinding van Prodenka niet kan slagen, omdat Mouthaan op 1 maart 2024 de overeenkomst tussen partijen zelf al buitengerechtelijk had ontbonden. Mouthaan stelt in dit verband dat Prodenka ernstig tekortgekomen was in de nakoming van haar verplichtingen onder de overeenkomst. Die tekortkomingen bestonden uit handelingen in strijd met de in de overeenkomst van toepassing verklaarde cao en in strijd met overige arbeidsrechtelijke wet- en regelgeving bij de levering van haar diensten. Ook zou Prodenka zich mogelijk schuldig gemaakt hebben aan strafbare arbeidsuitbuiting, althans daar voordeel uit getrokken hebben, aldus nog steeds Mouthaan.
5.6.
Mouthaan verwijt Prodenka in het bijzonder dat zij, en/of de andere uitzendbureaus waarvan zij gebruik maakt, in strijd heeft/hebben gehandeld met de Wet arbeid vreemdelingen (hierna: de Wav), de Wet aanpak schijnconstructies (hierna: de WAS) en de Wet allocatie arbeid door intermediairs (hierna: de Waadi).
Daarnaast heeft Prodenka de volgens Mouthaan overeengekomen garantie dat Prodenka de ABU-cao en de NEN 4400-01 norm van de Stichting Normering Arbeid (hierna: SNA) zou hanteren bij al haar leveranciers geschonden, nu de ABU-normen niet zijn nageleefd en Prodenka en enkele van haar leveranciers niet beschikten over de vereiste SNA-certificaten. Mouthaan liep hierdoor – vanwege de wettelijk verankerde ketenaansprakelijkheid – een aanzienlijk en onaanvaardbaar risico om aansprakelijk gesteld te worden voor de handelingen van Prodenka en/of de door Prodenka ingeschakelde uitzendbureaus. Prodenka handelde dan ook niet zoals een redelijk bekwaam en handelend opdrachtnemer te werk zou zijn gegaan, aldus Mouthaan.
5.7.
Mouthaan betwist verder dat zij gehouden is tot betaling van de factuur voor de tijdelijke huisvesting van uitzendkracht [persoon A] , nu zij daar geen opdracht voor heeft gegeven. Mouthaan stelt dat noch uit de overeenkomst, noch uit andere bewijsstukken blijkt dat sprake was van een afspraak tussen Prodenka en Mouthaan over de doorbelasting van huisvestingskosten van uitzendkrachten in het algemeen of van [persoon A] in het bijzonder.
5.8.
Daarnaast betwist Mouthaan dat zij de overeengekomen exclusiviteitsregeling heeft geschonden.
kern van het geschil
5.9.
Zoals uit de hiervoor genoemde weergave van de standpunten van partijen volgt, moet eerst de vraag worden beantwoord of – zoals Mouthaan stelt en Prodenka gemotiveerd betwist – Prodenka zelf toerekenbaar tekortgekomen is in de nakoming van haar verplichtingen onder de overeenkomst en Mouthaan de overeenkomst dus rechtsgeldig heeft ontbonden. In dat geval is immers (de latere) ontbinding van de overeenkomst door Prodenka niet meer mogelijk en stuiten daarop de (hoofd)vorderingen van Prodenka af.
5.10.
De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een tekortkoming van Prodenka die een directe ontbinding van de overeenkomst door Mouthaan rechtvaardigde. Zij licht dat hierna toe. Zij zal daarvoor weergeven welke verplichtingen Prodenka onder de overeenkomst en als goed opdrachtnemer op zich heeft genomen en in welke zin Prodenka daarin is tekortgeschoten.
de verplichtingen van Prodenka onder de overeenkomst
5.11.
Voor de beantwoording van die vraag en de vraag wat partijen zijn overeengekomen, moet de overeenkomst worden uitgelegd.
Bij de uitleg van contractsbepalingen komt het volgens vaste rechtspraak niet aan op een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van het contract, maar op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs over en weer aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, waarbij mede van belang kan zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht. [1]
Verder is van belang welke partij de overeenkomst heeft opgesteld. Eventuele onduidelijkheden in de overeenkomst zullen volgens vaste jurisprudentie in beginsel in het nadeel werken van de partij die de overeenkomst heeft opgesteld. [2] Verder kan ook het gedrag van partijen bij de uitvoering van de overeenkomst aanwijzingen bieden omtrent de wijze waarop zij hun afspraak hebben opgevat of omtrent hetgeen zij met hun afspraak hebben beoogd. [3]
5.12.
Uit de overeenkomst volgt dat Prodenka zich heeft verbonden tot het laten bewerken van door Mouthaan verschafte producten door haar medewerkers, het leveren van die producten aan Mouthaan en het laten verrichten van die werkzaamheden (arbeid) onder leiding en toezicht van Mouthaan.
5.13.
Verder is in de overeenkomst expliciet opgenomen dat Prodenka overeenkomstig de toepasselijke wet- en regelgeving haar opdracht zou uitvoeren (zie 3.5).
5.14.
Ook is in de overeenkomst opgenomen dat Prodenka de ABU-cao en de zogenaamde NEN 4400-01 norm (door partijen ook SNA-norm genoemd) hanteert. Dat is opgenomen onder het kopje ‘certificering’, zoals ook blijkt uit het hierboven onder 3.5 opgenomen citaat.
5.15.
Een redelijke, op de praktijk afgestemde uitleg van bovenstaande bepalingen brengt mee dat Mouthaan uit de mededeling van Prodenka dat Prodenka handelt ‘
conform wet en regelgeving’ en de ‘
ABU cao, NEN 4400-01 norm die is opgenomen in het register van de Stichting Normering Arbeid (SNA)’ hanteert, redelijkerwijs mocht begrijpen dat Prodenka zich bij het uitvoeren van haar diensten strikt aan de in de uitzendbranche toepasselijke wet- en regelgeving zou houden, en wel zodanig dat Mouthaan zich hierover geen zorgen hoefde te maken. Dit wordt benadrukt door het geruststellende karakter van de zinsnede ‘
U kunt dus met een gerust hart zaken doen met Prodenka Solutions BV’ (zie 3.5).
5.16.
Mouthaan mocht er met andere woorden van uitgaan dat Prodenka, als intermediair, beoogde Mouthaan volledig te ‘ontzorgen’ en zich sterk zou maken voor correcte nakoming van wettelijke verplichtingen door de derden-uitzendbureaus waar Prodenka mee werkte.
Dat – zoals Prodenka ter zitting heeft aangevoerd – deze passage niet als een garantie mag worden opgevat en zij hiermee slechts wilde bevestigen dat zij zaken deed met erkende uitzendbureaus, onderschrijft de rechtbank dan ook niet.
5.17.
Deze uitleg past ook bij de aard van de overeenkomst.
Tussen partijen is niet in geschil dat deze overeenkomst moet worden gekwalificeerd als een overeenkomst van opdracht. De rechtbank heeft geen reden om hier anders over te denken. Dit betekent dat op de overeenkomst tussen partijen ook de regels van artikel 7:400 BW Pro en verder van toepassing zijn. Artikel 7:401 BW Pro schrijft voor dat de opdrachtnemer gehouden is om ‘de zorg van een goed opdrachtnemer in acht te nemen’.
5.18.
Van een redelijk handelend opdrachtnemer in de uitzendbranche mag worden verwacht dat hij zich niet alleen houdt aan de op hem rustende verplichtingen uit hoofde van wet- en regelgeving – waartoe Prodenka zich in de overeenkomst overigens expliciet heeft verbonden – maar ook dat hij ervoor zorg draagt dat zijn opdrachtgever bij het inschakelen van de door de opdrachtnemer ter beschikking gestelde werknemers/uitzendkrachten geen risico’s loopt.
Mouthaan mocht dan ook redelijkerwijs van Prodenka als opdrachtnemer verwachten dat Prodenka, door aan te geven dat zij conform wet- en regelgeving zou handelen, dit handelen niet slechts beperkte tot haar eigen directe optreden (bij de inschakeling van de uitzendbureaus). Mouthaan mocht er ook vanuit gaan dat de feitelijke tewerkstelling van de uitzendkrachten bij Mouthaan eveneens conform de toepasselijke wet- en regelgeving geschiedde.
5.19.
Daarnaast mag van een redelijk handelend opdrachtnemer die een opdracht tot het ter beschikking stellen van uitzendkrachten en het coördineren daarvan uitvoert, ook worden verwacht dat hij bij de uitvoering van zijn taak zich het welzijn aantrekt van de via hem tewerkgestelde uitzendkrachten. Dit geldt te meer nu het veelal gaat om jonge uitzendkrachten die de Nederlandse en/of Engelse taal niet of slechts minimaal beheersen en daardoor extra kwetsbaar zijn. Omdat uitzendkrachten uit deze groep in Nederland vaak geen ‘vangnet’ hebben zullen zij niet snel op hun strepen gaan staan.
5.20.
Mede gelet op hetgeen van een goed opdrachtnemer mag worden verwacht en de wijze waarop de overeenkomst is geredigeerd, mocht Mouthaan redelijkerwijs verwachten dat Prodenka – als opsteller van de overeenkomst – zich ertoe had verbonden te bewerkstelligen dat bij de gebruikmaking door Mouthaan van de door bemiddeling van Prodenka via de uitzendbureaus ter beschikking gestelde uitzendkrachten steeds alle geldende wet- en regelgeving in acht werd genomen. In lijn daarmee lag het dus ook op de weg van Prodenka om ter zake van iedere uitzendkracht proactief te verifiëren of de personeelsdossiers op orde waren.
de gestelde tekortkomingen van Prodenka
5.21.
Vervolgens ligt de vraag voor of Prodenka toerekenbaar tekortgekomen is in de nakoming van haar verplichtingen onder de overeenkomst.
5.22.
Mouthaan grondt de gestelde tekortkomingen op de volgende drie (hoofd)punten:
( i) schending van de gegeven garanties inzake SNA-certificering en ABU-cao [4] ,
  • ii) niet handelen conform de geldende (arbeidsrechtelijke) wet- en regelgeving voor uitzendkrachten, en
  • iii) niet handelen als goed opdrachtnemer (niet in acht nemen van de zorgplicht).
(i) schending van de gegeven garanties
5.23.
Mouthaan stelt dat Prodenka en de door haar ingeschakelde uitzendbureaus niet (allemaal) beschikten over een SNA-certificering en dat diverse ABU-normen niet zijn nageleefd door Prodenka en de uitzendbureaus.
Mouthaan stelt in dit verband dat onder meer sprake was van schendingen van artikel 9 ABU Pro (veel uitzendkrachten kregen desgevraagd geen toegang tot hun eigen arbeidsovereenkomst of een kopie daarvan), artikel 18 ABU Pro (de uitzendbureaus deelden de uitzendkrachten mee dat zij geen recht zouden hebben op vakantiegeld), artikel 25 ABU Pro (door Prodenka en/of de overige uitzendbureaus is gedreigd dat uitzendkrachten geen loon zouden ontvangen in geval van ziekte) en artikel 38 lid 4 ABU Pro (uitzendkrachten ontvingen zelden of nooit salarisstroken en de salarisstroken waren niet – zoals voorgeschreven – in de landstaal van de uitzendkracht gesteld).
(ii) niet handelen conform de geldende wet- en regelgeving
5.24.
Mouthaan stelt verder dat Prodenka niet alleen als inlener in haar relatie tot de uitzendbureaus, maar ook als doorlener in haar relatie tot Mouthaan en als feitelijk uitzendwerkgever ten aanzien van de uitzendkrachten kwalificeert. Prodenka is daardoor ook zélf gebonden aan diverse specifieke verplichtingen uit de Wav, Waadi en WAS, aldus Mouthaan.
5.25.
Mouthaan stelt dat Prodenka kwalificeert als werkgever onder de Wav en daarom op grond van artikel 15 lid 1 Wav Pro een kopie van de identiteitsbewijzen van de vreemdelingen aan Mouthaan diende te verstrekken.
Daarnaast was Prodenka volgens artikel 15 lid 2 Wav Pro verplicht afschriften van de benodigde verblijfs- en werkvergunningen en identiteitsbewijzen in de personeelsdossiers van de vreemdelingen te bewaren. Verder moest Prodenka op grond van artikel 2 Wav Pro controleren of alle Turkse en de Oekraïense uitzendkrachten beschikten over een juiste vergunning om in Nederland te mogen werken. Aan voornoemde verplichtingen heeft Prodenka niet voldaan, aldus Mouthaan.
5.26.
Daarnaast stelt Mouthaan dat de dienstverlening van Prodenka valt onder het
begrip ‘ter beschikking stellen’ van arbeidskrachten uit de Waadi, zodat Prodenka ook moet handelen conform de Waadi.
5.27.
Mouthaan verwijt Prodenka dat zij in strijd heeft gehandeld met:
( a) artikel 7c lid 3 Waadi, dat voorschrijft dat een kopie van het identiteitsbewijs van de arbeidskracht in de administratie dient te worden opgenomen;
( b) artikel 8 Waadi Pro, dat bepaalt dat arbeidskrachten recht hebben op ten minste dezelfde arbeidsvoorwaarden als die gelden voor werknemers werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies in dienst van de onderneming waar de terbeschikkingstelling plaatsvindt; en
( c) artikel 9a Waadi, dat bepaalt dat het een uitzendwerkgever niet is toegestaan de uitzendkracht te belemmeren om als werknemer aan de slag te gaan bij de inlener.
5.28.
Verder stelt Mouthaan dat Prodenka ook diverse op haar rustende verplichtingen uit hoofde van de WAS niet in acht heeft genomen.
(iii) niet handelen als goed opdrachtnemer/ niet in acht nemen van de zorgplicht
5.29.
Mouthaan stelt tot slot dat Prodenka niet heeft voldaan aan de op haar als goed opdrachtnemer rustende verplichting om proactief toe te zien op de naleving van wet- en regelgeving door haarzelf en door de door haar ingeschakelde uitzendbureaus bij het uit- of doorlenen van uitzendkrachten uit hoofde van de overeenkomst.
Prodenka’s reactie op het verweer van Mouthaan
5.30.
De reactie van Prodenka op het verweer van Mouthaan laat zich als volgt samenvatten.
Tussen partijen is een overeenkomst van opdracht gesloten, waarop geen arbeidsrechtelijke wet- en regelgeving danwel arbeidsrechtelijke normen van toepassing zijn.
Indien in verband met de uitzending van uitzendkrachten aan Mouthaan al arbeidsrechtelijke regelgeving of normen zouden zijn geschonden, levert dit geen schending van een verbintenis uit de overeenkomst van opdracht op door Prodenka, en dus ook geen grond voor ontbinding.
Prodenka moest volgens de overeenkomst slechts de uitzending van uitzendkrachten coördineren en heeft dat gedaan. Prodenka is zelf nooit inlener van de uitzendkrachten geweest, laat staan werkgever van de uitzendkrachten, en heeft evenmin een daarmee gelijk te stellen positie ingenomen.
Het is aan Mouthaan als inlener om erop toe te zien dat de uitzendkrachten die onder haar leiding en toezicht werken, daar werken met inachtneming van de wettelijke voorschriften. Mouthaan heeft dan ook zelf gehandeld in strijd met artikel 6:2 BW Pro, nu zij niet als goed opdrachtgever Prodenka van alle informatie heeft voorzien.
Prodenka heeft aan haar verplichtingen onder de overeenkomst van opdracht voldaan en is ook nooit door Mouthaan terzake in gebreke gesteld, aldus Prodenka.
5.31.
Wat betreft het verwijt dat Prodenka de arbeidswetgeving heeft overtreden betwist Prodenka met klem zich te hebben ingelaten met arbeidsuitbuiting of mensenhandel.
Prodenka stelt, kort gezegd, dat zij niet op de hoogte was van de gestelde misstanden, niet verplicht was tot afgifte van de gevraagde documentatie en geen betalingsverplichting had tegenover de uitzendkrachten. Verder gold dat Prodenka geen garantie had afgegeven dat de uitzendbureaus de ABU-cao en NEN 4400-01 zouden nakomen en dat zij zich aan de overige wet- en regelgeving zouden houden.
5.32.
Daarnaast behoefde Prodenka zelf niet SNA-gecertificeerd te zijn, omdat zij zelf niet de rol van uitzendwerkgever vervulde. Zij kon dus volstaan met het bij aanvang en tussentijds in het SNA-register verifiëren of de door haar ingeschakelde uitzendbureaus gecertificeerd waren, aldus nog steeds Prodenka. Certificering kan meerdere keren per jaar worden aangevraagd.
Wat betreft het niet verstrekken van de vergunningen en identiteitsdocumenten stelt Prodenka dat zij – als gezegd – geen verplichting had tot afgifte en dit ook niet mocht vanwege de bescherming van de persoonsgegevens van de uitzendkrachten, maar dat zij uiteindelijk wel heeft bewerkstelligd dat Mouthaan op haar kantoor inzage kreeg in de gevraagde stukken.
Prodenka is tekortgekomen in de nakoming van de overeenkomst
5.33.
Mouthaan heeft haar standpunt onderbouwd met diverse verklaringen, waaronder verklaringen van Mouthaans ‘floor supervisors’, van de door haar ingeschakelde externe onderzoekers en van de voormalige Prodenka-uitzendkrachten [persoon B] , [persoon C] , [persoon D] , [persoon E] , [persoon F] en [persoon G] .
5.34.
Uit de gedetailleerde en consistente verklaringen van de uitzendkrachten – waarvan Prodenka de juistheid niet heeft betwist – valt duidelijk op te maken dat de bovengenoemde wet- en regelgeving met betrekking tot het welzijn van de uitzendkrachten steevast niet, althans onvoldoende, in acht is genomen.
5.35.
Zo verklaren [persoon E] en [persoon C] onder meer dat zij geen contract hadden gekregen, geen salarisstroken kregen, er zonder reden bedragen werden ingehouden, te weinig uren of niet alle gewerkte uren werden uitbetaald, geen ziektegeld werd betaald en dat er sprake was van intimidatie en een verbod (op straffe van een geldboete) om bij Mouthaan in dienst te treden.
5.36.
Ook [persoon F] verklaart onder meer dat zij geen loonstroken ontving, dat een door Mouthaan gegeven salarisverhoging lange tijd door het uitzendbureau niet aan haar werd doorbetaald, dat ook vakantiegeld niet werd betaald en dat haar op intimiderende wijze werd voorgehouden dat zij een bedrag van € 5.000,- aan het uitzendbureau zou moeten betalen als zij bij Mouthaan in dienst zou treden.
5.37.
De overige uitzendkrachten hebben verklaringen van een gelijke strekking afgelegd.
5.38.
De verklaringen van de uitzendkrachten worden ondersteund door de verklaringen van [persoon H] (HR-manager bij Mouthaan) en [persoon I] (Director of Finance & Administration bij Mouthaan) en de floormanagers van Mouthaan.
5.39.
[persoon H] heeft in dit verband onder meer het volgende verklaard:
“(…)
Uit de dossiers die we mochten inzien bleek dat Prodenka zich niet aan haar verplichtingen hield en allerlei regels overtrad. Zo bleek onder meer dat overuren niet volledig werden gecompenseerd, dat feestdagen niet werden doorbetaald en dat niet alle uitzendkrachten (genoeg) vakantiegeld kregen. Ook bij ziekte werden uitzendkrachten niet doorbetaald.
Daarnaast bleek dat betalingen niet op tijd plaatsvonden, dat er vaak geld werd ingehouden op het loon zonder dat duidelijk was waar de inhoudingen voor waren (sommige loonstroken lieten zien dat uiteindelijk een negatief bedrag werd uitbetaald), dat het uurloon tussen uitzendkrachten voor hetzelfde werk sterk verschilde en dat over een termijn van enkele maanden ook verschillende uurlonen werden gehanteerd voor dezelfde personen voor hetzelfde werk. Verder was een groot deel van de arbeidsovereenkomsten niet (of niet op de juiste manier)
ondertekend, of was de termijn al afgelopen zonder dat er een nieuwe arbeidsovereenkomst was gesloten, terwijl de uitzendkrachten in kwestie nog wel werden ingezet. Ook waren de basisgegevens (zoals naam en geboortedatum) van de uitzendkrachten in veel gevallen niet juist opgenomen in de arbeidsovereenkomsten.”
(…)
Zo bleek uit een verklaring van een van de uitzendkrachten aan [persoon J] , Operations Manager, dat de uitzendkracht een onaangekondigd bezoek bij hem thuis had gehad van onder meer de eigenaar van een van de
uitzendbureaus, omdat de betreffende uitzendkracht bij Mouthaan had aangekaart dat er onredelijke praktijken bestonden bij Prodenka. Hij heeft dit bezoek als zeer intimiderend en bedreigend ervaren, aangezien de mannen niet weg wilden gaan. Een andere uitzendkracht vertelde ons daarnaast dat hij, onder dreiging van ontslag, gedwongen werd extra werkzaamheden als chauffeur te verrichten. Voor deze werkzaamheden heeft hij nooit loon ontvangen.
Ook werden de uitzendkrachten van Prodenka belemmerd om direct bij Mouthaan in dienst te treden. Zij kregen te horen dat dit alleen mogelijk was als zij aan Prodenka duizenden euro's (de bedragen varieerden van EUR 1.000 tot EUR 5.000) betaalden, of als zij zich een halfjaar zouden onthouden van werk.
Verder gaven enkele uitzendkrachten aan dat zij onder dwang arbeidsovereenkomsten hebben moeten tekenen. Daarbij hadden diverse uitzendkrachten geen toegang tot hun eigen arbeidsovereenkomst en mochten zij daarvan geen kopie van ontvangen. Zoals hiervoor al aangegeven bevatten de arbeidsovereenkomsten die wel beschikbaar waren, veel fouten. Een uitzendkracht gaf aan dat zij ontslagen zou worden toen ze aangaf dat ze niet langer wilde werken zonder een formeel contract. Een andere uitzendkracht vertelde ons dat zij te horen
kreeg dat zij niet betaald zou worden voor al het verrichtte werk, omdat haar contract niet zou worden verlengd.
Ook kwamen er veel verontrustende signalen binnen van de uitzendkrachten bij diverse Mouthaan managers met betrekking tot de uitbetaling van loon. Veel uitzendkrachten hebben nooit een loonstrook ontvangen. Daarnaast bevestigden zij dat het salaris niet tijdig werd uitbetaald en dat werd gedreigd met het inhouden van (loon)betalingen. Verder bevestigden zij dat vakantiegeld niet werd uitbetaald. Als de uitzendkrachten om uitbetaling van vakantiegeld vroegen, werd hen (ten onrechte) verteld dat zij hier geen recht op zouden hebben. Een uitzendkracht gaf aan dat hij, toen hij ziek was, te horen kreeg dat hij ontslagen zou worden als hij (ondanks zijn ziekte) niet zou gaan werken. Vervolgens werd er een deel van zijn salaris ingehouden omdat hij hiertegen bezwaar maakte.
Bovendien bestond er een grote discrepantie tussen de uitbetaling van salaris van verschillende ingeleende uitzendkrachten, ook al hadden ze hetzelfde uurloon (wat ook niet altijd vanzelfsprekend was). Ook vertelden de uitzendkrachten dat Turkse uitzendkrachten een voorkeursbehandeling kregen.”
[persoon I] verklaart in dit verband onder meer:
“(…)
In een vroeg stadium werden al diverse tekortkomingen geconstateerd in de samenwerking met Prodenka, waaronder certificering (Waadi check) van de door Prodenka gecontracteerde uitzendbureaus, controle op werkvergunning en verblijfsvergunning van de uitzendkrachten, incorrecte namen van de uitzendkrachten bij facturatie, urenregistratie van de uitzendkrachten, bepaling van de juiste uurtarieven voor de uitzendkrachten, planning en begeleiding van de uitzendkrachten op Nieuwland Pare 200 door de broer van Dhr. [persoon K] , werkkleding, etc.
(…)
Nadat in januari 2024 Mouthaan informeerde [persoon J] het management team van de diverse klachten die Paul had ontvangen van de uitzendkrachten, werd intern besloten om een audit uit te voeren van de administratie van Prodenka om de klachten te verifiëren. De klachten waren van dien aard, o.a. onvolledig informeren van uitzendkrachten over hun arbeidsrecht en intimidatie, dat dit mijn inziens onacceptabel gedrag was en een audit gerechtvaardigd was.
Klachten bestonden ook onder andere uit onjuiste inhoudingen op het loon, incorrect uurtarief op de loonstroken van uitzendkrachten, opgelegde beperkingen om bij Mouthaan een vast dienstverband aan te gaan en bovendien bedreigingen richting de uitzendkrachten door de uitzendbureaus.
(…)
Tot onze verbazing informeerde Mevr. [persoon L] ons dat Prodenka geen files beschikbaar had van de uitzendkrachten op locatie en dat alle informatie opgeleverd zou moeten worden door de uitzendbureaus.
(…)”.
5.40.
Met Prodenka is de rechtbank van oordeel dat uit de verklaringen van de uitzendkrachten niet steeds duidelijk blijkt of Prodenka zelf rechtstreeks betrokken was bij bepaalde misstanden. Uit de verklaringen blijkt dat het hierbij (ook) ging om het handelen van de derden-uitzendbureaus en dat de uitzendkrachten van de misstanden niet, althans niet consequent, melding hebben gemaakt bij Prodenka. Dit laat echter onverlet dat de misstanden – die als zodanig niet door Prodenka zijn betwist – zeer ernstige schendingen van de op uitzendrelaties toepasselijke wet- en regelgeving zijn.
5.41.
Nu vaststaat dat Prodenka zich in de overeenkomst heeft verbonden om haar dienstverlening te verrichten conform wet- en regelgeving en de ABU-cao en de NEN 4400-01 norm van de SNA te hanteren bij haar leveranciers, is Prodenka gelet op bovengenoemde schendingen tekortgeschoten in haar verplichtingen onder de overeenkomst.
5.42.
Prodenka heeft daarnaast ook niet gehandeld als een redelijk bekwaam en redelijk handelend opdrachtnemer. Van Prodenka mocht redelijkerwijs worden verwacht dat zij uit eigen beweging periodiek onderzoek zou doen naar de uitzendbureaus waarvan zij zich bediende en dat Prodenka de uitzendbureaus, hun werkwijze en hun administratie ook met regelmaat zou controleren. Dit geldt te meer nu algemeen bekend is dat er in Nederland grote aantallen malafide uitzendbureaus actief zijn die in verband gebracht worden met misstanden, met name op het gebied van bemiddeling van arbeidsmigranten die de Nederlandse taal nauwelijks machtig zijn en vaak voor huisvesting afhankelijk zijn van het uitzendbureau.
5.43.
Of – zoals tussen partijen ter discussie staat – Prodenka kwalificeert als uitzendbureau, inlener of werkgever in de zin van bedoelde arbeidswetgeving – vanwege de feitelijke gang van zaken en de doelomschrijving in haar statuten – en al dan niet valt onder de reikwijdte van de Waadi, WAS en Wav, kan dan ook in het midden blijven.
Prodenka was immers al op grond van de overeenkomst als opdrachtnemer verplicht om uitzendpersoneel te ‘regelen’ voor Mouthaan waarbij Prodenka zich uitdrukkelijk verbonden had dat bij die terbeschikkingstelling aan de toepasselijke regelgeving zou worden voldaan.
Of, zoals Prodenka stelt, zijzelf niet gehouden zou zijn en ook niet de mogelijkheid zou hebben om de uitzendbureaus te controleren op de handhaving/inachtneming van de wetgeving doet dan ook niet ter zake, nu Prodenka zich hiertoe heeft verbonden. Het enkele feit dat hieraan niet is voldaan levert een tekortkoming op die haar kan worden toegerekend. Al dan niet ernstige vormen van nalatigheid van de door Prodenka ingeschakelde uitzendbureaus vallen dus in haar risicosfeer als opdrachtnemer.
5.44.
Zoals hiervoor onder rechtsoverweging 5.18 is overwogen diende Prodenka als opdrachtnemer ervoor zorg te dragen dat haar opdrachtgever bij de gebruikmaking van de door de haar ter beschikking gestelde uitzendkrachten geen risico’s zou lopen.
Van Prodenka mocht als opdrachtnemer redelijkerwijs worden verwacht dat zij ervoor zorgde en erop zou toezien dat de feitelijke tewerkstelling van de uitzendkrachten bij Mouthaan conform de arbeidsrechtelijke wet- en regelgeving geschiedde en dat zij bij de uitvoering van haar taak zich het welzijn zou aantrekken van de via haar tewerkgestelde uitzendkrachten.
5.45.
Daarbij komt dat bepaalde, door meerdere uitzendkrachten genoemde handelingen, waaronder intimiderend gedrag en onterechte dreigementen met arbeidsrechtelijke consequenties (zoals ontslag of ongeoorloofde boetes), wel degelijk aan Prodenka zijn toe te rekenen. Prodenka kan zich dus niet, althans niet volledig, verschuilen achter haar eigen opdrachtnemers.
verzuim
5.46.
Vaststaat dat Mouthaan Prodenka niet in gebreke heeft gesteld. Evenmin is gesteld of gebleken dat Prodenka van rechtswege in verzuim is geraakt. Mouthaan stelt zich dan ook op het standpunt dat de tekortkomingen onherstelbaar zijn en zich de situatie voordoet van blijvende onmogelijkheid als bedoeld in artikel 6:265 lid 2 BW Pro.
5.47.
De rechtbank begrijpt dat Mouthaan bedoelt te stellen dat de tekortkomingen van Prodenka als zodanig niet herstelbaar zijn. Mouthaan heeft risico’s gelopen en loopt nog steeds risico’s vanwege de ernstige overtredingen van de arbeidswetgeving bij de tewerkstelling van de uitzendkrachten bij Mouthaan. Die overtredingen wijzen op mogelijke arbeidsuitbuiting, waarmee Mouthaan niet geassocieerd wil worden. Een en ander is schadelijk voor de reputatie van Mouthaan. Deze tekortkomingen kunnen niet meer hersteld worden. Immers, ook nadat de misstanden aan de kaak zijn gesteld, blijft sprake van een periode waarin Mouthaan werknemers heeft ingezet in haar bedrijfsgebouw die niet werden behandeld conform de dwingendrechtelijke arbeidsrechtelijke wet- en regelgeving, hetgeen niet meer ongedaan kan worden gemaakt.
5.48.
Met Mouthaan is de rechtbank van oordeel dat dit aspect van de tekortkoming – de mogelijke associatie met arbeidsuitbuiting danwel het te werk hebben gesteld van uitzendkrachten waarbij de arbeidsrechtelijke wetgeving op ernstige wijze is geschonden – op Mouthaan blijft afstralen, en mogelijk nog steeds kan leiden tot allerlei negatieve consequenties, zoals handhavingsmaatregelen door de toezichthoudende autoriteiten en/of vorderingen van de uitzendkrachten zelf.
Dat een enkele individuele schending op zichzelf (deels) herstelbaar is, zoals het alsnog verschaffen van een salarisstrook, het alsnog verstrekken van een kopie van de arbeidsovereenkomst of het alsnog betalen van vakantiegeld, doet daar niet aan af. Het staat vast dat meerdere uitzendkrachten gedurende een langere periode essentiële informatie over hun arbeidsverhouding niet ontvingen, terwijl vergoedingen en inhoudingen regelmatig of zelfs structureel incorrect werden toegepast. Daarbij is vast komen te staan dat meerdere uitzendkrachten in detail hebben verklaard over misstanden zoals bedreigingen, intimidatie en belemmeringen. Dat zijn stuk voor stuk vormen van niet-nakoming van essentiële verplichtingen van Prodenka als opdrachtnemer die zich niet lenen voor herstel.
5.49.
De rechtbank is van oordeel dat in een dergelijke situatie sprake is van een blijvende onmogelijkheid tot nakoming waarbij verzuim niet langer is vereist.
Daar komt bij dat gelet op de hierboven gebleken misstanden de situatie zodanig ernstig en zorgwekkend was dat Mouthaan gerechtigd was de overeenkomst per direct te ontbinden.
de gevorderde verklaring voor recht en betaling van een bedrag van € 12.473.642,38 worden afgewezen
5.50.
Omdat Mouthaan op 1 maart 2024 de overeenkomst tussen partijen al buitengerechtelijk had ontbonden, kon Prodenka de overeenkomst niet meer rechtsgeldig ontbinden en stuiten hierop de gevorderde verklaring voor recht en haar vordering tot betaling van schadevergoeding van € 12.473.642,38 af.
Mouthaan moet de factuur van 14 juni 2023 betalen
5.51.
Ter beoordeling rest nog de vordering tot betaling van de factuur van Prodenka aan Mouthaan in verband met de huisvesting van de aan Mouthaan uitgeleende uitzendkracht [persoon A] .
5.52.
Prodenka vordert in dit verband betaling van haar factuur van 14 juni 2023 ten bedrage van € 980,10 inclusief BTW (zie 3.8), vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 22 juni 2023 tot en met 30 september 2024 en met de incassokosten. Dit komt volgens Prodenka neer op een bedrag van € 1.219,76.
5.53.
Prodenka stelt dat Mouthaan haar heeft verzocht om huisvesting voor de bij Mouthaan werkende uitzendkracht [persoon A] te regelen en dat overeengekomen is dat Prodenka de kosten voor de huisvesting van mevrouw [persoon A] zou voorschieten en aan Mouthaan zou doorbelasten. Prodenka heeft ter onderbouwing de factuur van de verhuurder, EU Facility Services B.V., aan Prodenka van 2 juni 2023 overgelegd.
5.54.
Nu uit de overgelegde factuur blijkt dat deze kosten bij Prodenka in rekening zijn gebracht en Mouthaan geen afdoende verklaring heeft gegeven waarom zij ondanks haar standpunt dat zij niet gehouden is tot vergoeding van deze kosten wél de eerste factuur van 20 februari 2023 voor voorgeschoten huisvestingskosten van [persoon A] heeft voldaan (zie 3.8), zal de vordering van Prodenka met inbegrip van de gevorderde wettelijke rente hierover, als onvoldoende gemotiveerd weersproken, worden toegewezen.
Prodenka moet de proceskosten betalen
5.55.
Prodenka zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten).
Deze proceskosten worden begroot op:
- griffierecht € 9.825,00
- salaris advocaat € 8.714,00 (2 punten x € 4.357,- , tarief VIII)
- nakosten €
178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 18.717,00
5.55.1.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
veroordeelt Mouthaan om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Prodenka te betalen, een bedrag van € 1.219,76, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het bedrag van € 1.043,14, te berekenen over de periode van 1 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling;
6.2.
veroordeelt Prodenka in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van Mouthaan bepaald op € 18.717,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Prodenka niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Prodenka € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
6.3.
veroordeelt Prodenka in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
6.4.
verklaart dit vonnis, wat de veroordelingen betreft, uitvoerbaar bij voorraad;
6.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.M.P. Cremers, mr. B.A. Cnossen en mr. D.E. Stols en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2026.
1182/1918/2334/3605

Voetnoten

1.Hoge Raad 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158.
2.Hoge Raad 1 juli 1977, ECLI:NL:PHR:1977:AB7021.
3.Vgl. Hoge Raad 20 mei 1988, ECLI:NL:PHR:1988:AD0323, Hoge Raad 20 mei 1994 ECLI:NL:HR:1994:ZC1368 en Hoge Raad 12 januari 2001 ECLI:NL:HR:2001:AA9429.
4.De ABU-cao bevat onder meer regels met betrekking tot het aangaan van de arbeidsovereenkomst, de inlenersbeloning, de vakantiebijslag en de vakantierechten, de loondoorbetaling bij wegvallen uitzendarbeid en het loon bij arbeidsongeschiktheid.