Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Nissewaard om haar bijstandsuitkering toe te kennen met ingang van 17 januari 2025, terwijl zij een eerdere ingangsdatum van 1 december 2024 wenste. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of het college de uitkering met terugwerkende kracht had moeten toekennen.
De rechtbank stelt vast dat eiseres zich op 17 januari 2025 bij het college heeft gemeld om de bijstandsuitkering aan te vragen en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een eerdere ingangsdatum rechtvaardigen. Eiseres heeft aangevoerd dat de waarde van haar auto ten onrechte te hoog was vastgesteld bij een eerdere aanvraag en dat het recht op uitkering sinds de eerste aanvraag niet ter discussie staat. Dit verweer faalt omdat het college heeft aangetoond dat de eerdere aanvraag is afgewezen vanwege partneralimentatie en een te hoog saldo op spaar- en bankrekeningen, en eiseres geen bezwaar heeft gemaakt tegen die afwijzing.
De rechtbank volgt de vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep dat de bijstand wordt toegekend vanaf de dag waarop het recht is ontstaan, maar niet eerder dan de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld. Omdat eiseres geen bijzondere omstandigheden heeft gesteld die een eerdere datum rechtvaardigen, is het beroep ongegrond verklaard. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.